Rekenen met variabelen > Variabelen optellen en aftrekken
12345Variabelen optellen en aftrekken

Voorbeeld 3

Sofie verkoopt kettinkjes en armbandjes op de markt. Een ketting verkoopt ze voor € 7,50 en een armband voor € 5,00.

Sofie heeft hierbij de volgende formule bedacht:

`O = 7,50k + 5,00a`

Waarbij `O` staat voor de opbrengst in euro's, `k` voor het aantal verkochte kettinkjes en `a` voor het aantal verkochte armbandjes.

Als ze `15` kettinkjes en `25` armbandjes verkoopt, heeft ze een opbrengst van € 237,50.

Opgave 9

Bekijk het voorbeeld.

a

Kun je de formule die Sofie heeft bedacht, herleiden?

b

Laat met een berekening zien hoe je aan de opbrengst van € 237,50 komt.

c

Wat is de opbrengst van Sofie als ze twaalf kettinkjes en achttien armbandjes verkoopt?

d

Madelon verkoopt ook kettinkjes en armbandjes. Zij verkoopt een ketting voor € 10,00 en een armband voor € 3,50.

Welke formule voor de opbrengst hoort hierbij?

e

Als Sofie en Madelon allebei tien kettinkjes en twintig armbandjes verkopen, wie heeft dan de grootste opbrengst?

Opgave 10

Bij het telefoonabonnement van Malik hoort de formule `K=0,06t+15` , waarbij `K` de kosten in euro's zijn per maand en `t` het aantal belminuten per maand.

Door een actie van de telefoonmaatschappij krijgt Malik op zijn belminuut € 0,02 korting. Daarnaast krijgt hij nog eens € 5,00 korting per maand.

a

Stel een formule op voor de nieuwe belkosten.

b

Stel dat Malik `120` minuten gebeld heeft in een maand. Hoeveel euro spaart hij uit met het nieuwe tarief?

c

Stel dat Malik niet € 5,00 korting krijgt, maar € 7,00 en dat hij niet € 0,02 per belminuut korting krijgt, maar € 0,01. Hoe ziet de formule er dan uit?

d

Stel dat Malik 220 minuten in een maand belt en dat hij mag kiezen tussen de eerste korting en de tweede korting. Welke korting raad je hem aan?

verder | terug