Rekenen met variabelen > Vergelijkingen oplossen
12345Vergelijkingen oplossen

Verwerken

Opgave 9

Los op.

a

`3x = 12`

b

`x + 7 = 3`

c

`4x + 5 = 21`

d

`2x - 7 = 17`

Opgave 10

Los op.

a

`100 - 2x = text(-)50`

b

`2x + 5x = 14`

c

`3 + x + 4x = 28`

d

`5 - 8x - 4x = 77`

Opgave 11

Los op.

a

`2(x + 3) = 10`

b

`6(2 - z) = 54`

c

`140( a + 8) = text(-)2800`

d

`text(-)15(7 - b) = text(-)75`

Opgave 12

Los op.

a

`2/3v + 15 = 21`

b

`1/4*(20 + x) = text(-)2`

c

`0,5(10 - x) = 20`

d

`150 - x + 130 + 8x + 3x = text(-)70`

Opgave 13

Herleid. Neem vervolgens `a = 5` en bereken `b` .

a

`a + 3b + 4a = 7`

b

`3ab - 2a - 3ab + 5b = 20`

c

`text(-)2b + 2a - 4ab + 2b = text(-)30`

d

`a + 2(a - b) = 16`

Opgave 14

Emmy gaat voor zichzelf en haar zus een kralenketting rijgen. Ze heeft rode en blauwe kralen. De diameter van een rode kraal is `3` cm en van een blauwe kraal `2,5` cm.

a

Stel de formule op voor de lengte `l` (cm) van de kralenketting. Noem het aantal rode kralen `r` en het aantal blauwe kralen `b` .

b

Emmy wil een kralenketting met vijftien rode en acht blauwe kralen rijgen. Hoelang wordt de ketting?

c

De zus van Emmy wil een kralenketting van `55` cm met tien rode kralen maken. Hoeveel blauwe kralen moet de ketting dan hebben?

Opgave 15

Iemands schoenmaat `s` kun je bepalen met de lengte `v` van zijn voet in centimeters. Er geldt de formule `s = 1,5 * (v + 2)` .

a

Pierre heeft een voetlengte van `26` cm. Wat is zijn schoenmaat?

b

De schoenmaat van Maartje is `36` . Wat is de lengte van haar voet?

c

Wat is `v` als `s = 45` ?

d

De schoenmaat van Sharif was twee jaar geleden `30` en zijn voet is sindsdien `2` cm gegroeid. Wat is zijn schoenmaat nu?

Opgave 16

Los op.

a

`2 + 3(5x - 5) = 8`

b

`p - 3(p + 3) = 4`

c

`2q + 6 - (8q + 7) + 5(q + 1) = 12`

d

`2a + 5 - 4a = 2a`

verder | terug