Rekenen met variabelen > Vergelijkingen oplossen
12345Vergelijkingen oplossen

Voorbeeld 1

Je wilt de vergelijking `3a + a - 5 = 23 ` oplossen.

Eerst ga je hem herleiden tot `4a - 5 = 23` .

Vervolgens zoek je een oplossing door te redeneren.

  • `4a - 5 = 23`

  • `♦ - 5 = 23` , dus `♦=23+5=28`

  • `♦=28=4a` , dus `a=7`

  • Controle: `4*7-5=23`

De oplossing van de vergelijking is `a=7` .

Opgave 3

Los op dezelfde manier als in het voorbeeld de vergelijking `2x + 3x - 2 = 13` op.

Opgave 4

Los de vergelijking `4b - 2b - 6 = 3` op. Controleer je antwoord door deze in de vergelijking in te vullen.

verder | terug