Rekenen met variabelen > Vergelijkingen oplossen
12345Vergelijkingen oplossen

Voorbeeld 2

Suzanne betaalt € 30,00 per maand aan abonnementskosten en voor iedere minuut die ze buiten haar bundel belt, moet ze € 0,10 extra betalen. Ze heeft voor de maand mei een telefoonrekening gekregen van € 45,00. Dit betekent dus dat ze buiten haar bundel heeft gebeld. Hoeveel minuten heeft Suzanne buiten haar bundel gebeld?

> antwoord

Hierbij past de vergelijking `45 = 30 + 0,10a` waarin `a` het aantal belminuten buiten de bundel is.

Deze vergelijking kun je oplossen door te redeneren:

  • `45 = 30 + 0,10a`

  • `45 = 30 + ♦` , dus `♦=45-30=15`

  • `♦=15=0,10a` , dus `a=15/(0,10)=150`

  • Controle: `30+0,10*150=30+15=45`

De oplossing van de vergelijking is `a=150` minuten. Suzanne heeft `150`  minuten buiten haar bundel gebeld.

Opgave 5

Bekijk het voorbeeld.

a

Hoeveel minuten zou Suzanne buiten haar bundel hebben gebeld als ze een telefoonrekening van € 40,00 zou krijgen?

b

Mike betaalt voor zijn telefoonabonnement € 15,00 en voor elke minuut die hij buiten de bundel belt, betaalt hij € 0,20. Hij krijgt voor de maand mei een rekening van € 20,00. Hoeveel minuten heeft hij buiten de bundel gebeld?

c

Mike en Suzanne hebben in de maand juni allebei veel gebeld. Beiden hebben die maand voor `200` minuten buiten hun bundel gebeld. Wie moet het minst betalen?

Opgave 6

Bij het opbranden van een kaars hoort de formule `L = 25 - 3t` , waarin `L` de lengte in centimeters en `t` de brandtijd in uren is.

a

Hoe lang is de kaars voordat je hem aansteekt?

b

Op een gegeven moment is de kaars `16` cm lang. Je wilt weten hoelang de kaars al heeft gebrand. Welke vergelijking hoort hierbij?

c

Los deze vergelijking op.

d

Hoelang kan de kaars branden?

verder | terug