Rekenen met variabelen > Vergelijkingen oplossen
12345Vergelijkingen oplossen

Voorbeeld 3

Een vergelijking als `2(x + 5) = 30` kun je oplossen door te redeneren:

  • `2(x + 5) = 30`

  • `2*♦ = 30` , dus `♦=30/2=15`

  • `♦=15=x+5` dus `x=15-5=10`

  • Controle: `2*(10+5)=2*15=30`

De oplossing is `x = 10` .

Opgave 7

Je ziet in het voorbeeld de vergelijking `2(x + 5) = 30` . Je kunt deze vergelijking ook oplossen door eerst de haakjes weg te werken en daarna te redeneren. Los de vergelijking op die manier op.

Opgave 8

Los op dezelfde manier op als in het voorbeeld.

a

`3(a + 10) = 33`

b

`5(p - 8) = 35`

c

`text(-)2(b + 7) = 62`

d

`6*(5 - x) = 42`

verder | terug