Diagrammen > Cirkeldiagram en steelbladdiagram
123456Cirkeldiagram en steelbladdiagram

Antwoorden van de opgaven

Opgave V1
a

De Margherita

b

De Tonno en de Funghi

c

456 pizza's

d

Omdat een pizza ook cirkelvormig is, en dan kun je er een aansprekend beelddiagram van maken.

Opgave V2
a

Waarschijnlijk stuks. (Afhankelijk van de betekenis van de kleine lettertjes bij de vertrektijden.)

b

Bij die getallen hoort een toelichting zoals "niet op zon- en feestdagen" , of "gaat niet langs ..." , of zo iets.

Opgave 1
a

Welke cijfers een bepaalde groep leerlingen voor een toets heeft gehaald.

b

keer

c

d

Opgave 2
a
b

c
d

De cijfers rechts van de 5 worden naar boven afgerond naar een 6.

Opgave 3
a

sectoren

b

Uit ha.

c

Er is ongeveer van het totaal "bos en open natuurlijk terrein" .

d

Dat is ongeveer %.

Opgave 4
a

3%

b

graden.

c

28,8 ° van 360 ° is %.

Bij pizza Salami, Pepperoni en Quattro Formaggi staat een percentage van 8.

Opgave 5
a

b

Erg overzichtelijk, terwijl toch alle cijfers erin staan.

c

Dat komt door het afronden. Op het gehele eindcijfer 6 worden alle cijfers vanaf 5,5 tot 6,5 afgerond.

d

De cijfers 6,1 en 7,2 komen allebei het vaakst voor (drie keer).

e

Het cijfer 7. Dit komt elf keer voor na afronden.

Opgave 6
a

Tot op gehele centimeters nauwkeurig.

b

cm

c

Nee, nog steeds komt dan 164 cm het meest voor.

d

Voor: 163 cm
Na: 164 cm

Opgave 7
a

b

Voor: slagen/min
Na: slagen/min

c

Ten eerste zijn de modale polsslagen niet te bepalen (meerdere getallen komen even vaak voor). En ten tweede zegt de meest voorkomende polsslag nauwelijks iets over hoe hoog de meeste polsslagen liggen. Een polsslag van 56 kan bijvoorbeeld wel het vaakst voorkomen, maar liggen alle andere polsslagen tussen 70 en 90 (maar steeds verschillende getallen).

d

De gemiddelde polsslag was na de oefening duidelijk hoger geworden. En ook het steelbladdiagram laat zien dat na de oefening de meeste polsslagen hoger liggen dan ervoor.

Opgave 8
a

b

Nu zijn de cijfers die naar beneden op een geheel cijfer worden afgerond gescheiden van de cijfers die naar boven worden afgerond. Je kunt nu sneller zien hoeveel gehele eindcijfers 4, 5, 6, enzovoort er zijn.

Opgave 9

In een bevolkingspyramide staan links en rechts van de steel respectievelijk het aantal mannen en vrouwen van een bepaalde leeftijd van een bepaalde bevolking. Hoe hoger in de steel, hoe ouder de mensen zijn. Onderaan staan de nieuwgeborenen. Je kunt zo in één oogopslag zien, hoe een bepaalde bevolking is opgebouwd. Of er relatief veel ouderen zijn, of juist jongeren, dat er meestal meer oudere vrouwen dan mannen zijn (omdat vrouwen gemiddeld langer leven). Enzovoort.

Opgave 10
Opgave 11
a

verkeersterrein: ° (zie het voorbeeld)

bebouwd terrein: °

semi-bebouwd terrein: °

recreatieterrein: °

agrarisch terrein: °

bos en open natuurlijk terrein: °

binnenwater: °

buitenwater: °

b

Of de afgeronde sectorhoeken samen 360° zijn.

Opgave 12

Sectorhoeken:

cijfer frequentie sectorhoek
3 1 18°
4 1 18°
5 4 72°
6 5 90°
7 3 54°
8 4 72°
9 2 36°

Hierbij hoort het cirkeldiagram:

Opgave 13
a

Omdat dan vrijwel alle cijfers verschillend zijn en er dus heel veel evengrote sectoren ontstaan met een kleine sectorhoek.

b

Cijfer 3: °

Cijfer 4: °

Cijfer 5: °

Cijfer 6: °

Cijfer 7: °

Cijfer 8: °

Cijfer 9: °

Cijfer 10: °

c
Opgave 14
a

jaren

b

mm

c

mm, mm en mm

Opgave 15
a

Rokers: personen

b

Rokers: personen

c

Rokers: personen

d

Rokers: personen

e

Gelukkig zijn beide groepen even groot, namelijk allebei personen, dus je kunt vergelijken. En dan zie je meteen dat de rokers vaak een hoger cholesterolgehalte hebben dan de niet-rokers. Ook de gemiddelden verschillen nogal.

Opgave 16
a
b

De cijfers van de meisjes liggen meer gespreid dan die van de jongens; bij de meisjes hoort het laagste en het hoogste cijfer. Het gemiddelde cijfer bij de meisjes is ongeveer en dat van de jongens ongeveer dus die verschillen niet veel.

c

De aantallen jongens en meisjes zijn niet gelijk.

Opgave 18
a

In ZH is 51,7% en in NL is 55,9% van de bodem bestemd voor agrarisch gebruik. Dus naar verhouding minder dan over geheel Nederland gezien.

b

Bebouwde grond. In Zuid-Holland is 14,6% bebouwde grond. In heel Nederland is dat 7,7%.

c

8,5°

d

ongeveer 7,7%

e

ongeveer 15,8

Opgave 19

eigen antwoord

Opgave 20
a

Het betreft 29 dagen, dus dit is de maand februari in een schrikkeljaar.

b

.

c

21 vogels.

d

.

Opgave 21
a

.

b

Zie figuur. Maak eerst een tabel met relatieve frequenties en sectorhoeken.

c

% van miljoen is miljoen.

verder | terug