Statistiek > Centrummaten
123456Centrummaten

Voorbeeld 2

Op twee scholen voor voortgezet onderwijs zijn de aantallen leerlingen per klas geteld. Je ziet in dit staafdiagram het resultaat voor school A en school B.

Bepaal de modale en de gemiddelde klassengrootte per school en gebruik deze gegevens om te bepalen welke school in het algemeen grotere klassen heeft.

> antwoord

School A:

  • de modale klassengrootte: , want de blauwe staven horen bij school A en de hoogste blauwe staaf hoort bij een klassengrootte van .

  • de gemiddelde klassengrootte: ongeveer .

School B:

  • de modale klassengrootte: .

  • de gemiddelde klassengrootte: ongeveer .

De modus is bij school B net iets groter dan bij school A, bovendien heeft school B een grotere gemiddelde klassengrootte. Op school B zijn de klassen in het algemeen dus groter (ondanks die éne uitschieter van een klasje van maar leerlingen).

Opgave 6

In het Voorbeeld 2 zie je een staafdiagram van de groottes van de klassen op twee scholen voor voortgezet onderwijs.

a

Hoeveel klassen hebben deze scholen?

b

Maak een dubbele frequentietabel bij het staafdiagram, zodat je de klassengrootte van beide scholen in één tabel kunt bekijken.

c

Hoeveel leerlingen hebben deze scholen?

d

Reken nu zelf de gemiddelden na. Ben je het eens met de conclusie?

e

Op school B wordt besloten om het kleine klasje van leerlingen samen te voegen met een parallelklas van . Wat gebeurt er dan met het gemiddelde? En met de modus?

Opgave 7

In het Voorbeeld 2 worden twee scholen A en B vergeleken op hun klassengrootte.

a

School C heeft hetzelfde gemiddelde aantal leerlingen per klas als school A, maar de modale klassengrootte is . Wat zegt dit over school C in vergelijking met de andere twee?

b

Op scholen voor voortgezet onderwijs is het maximaal aantal leerlingen per klas (de klassendeler) vrijwel altijd voor havo en vwo en voor het vmbo. Is de klassendeler voor een scholengemeenschap voor vmbo/havo/vwo daarom ?

Opgave 8

Deze tabel laat zien hoeveel leerlingen er per dag voor het eerste uur te laat zijn gekomen de afgelopen tijd.

aantal te laat komers  6  7  8  9 10 11 12 13 17
aantal dagen 1 4 3 5 8 11 5 2 1
a

Van hoeveel schooldagen vind je in deze tabel de aantallen te laat komers?

b

Hoeveel te laat meldingen waren er gedurende deze telling? Is dat ook gelijk aan het aantal leerlingen dat te laat is gekomen?

c

Bereken het gemiddelde aantal te laat meldingen (voor het eerste uur) per dag op deze school.

Er blijken een twaalftal regelmatige te laat komers te zijn. Deze leerlingen kwamen in de telperiode gemiddeld keer te laat.

c

Hoeveel wordt het gemiddelde aantal te laat meldingen (voor het eerste uur) per dag als deze groep niet wordt meegeteld?

verder | terug