Figuren > Kijklijnen
1234567Kijklijnen

Antwoorden van de opgaven

Opgave V1
a

Nee, trek een lijn vanuit haar hoofd langs de rechter rand van het raam voor haar.

b

Ja, het grootste deel van de vijver.

c

Ja, als het niet te hoog hangt.

d

Trek lijnen langs de muren aan weerszijden van het raam zo, dat de regenton nog net zichtbaar is. Het gebied tussen deze beide lijnen is waar ze kan staan om de regenton te kunnen zien.

Opgave 1
a

De halve lijnen vanuit het oog van de vrouw naar de onderkant en de bovenkant van het beeldscherm. Lijnen 2 en 3.

b

De halve lijnen vanuit het oog van de vrouw naar de onderkant en de bovenkant van het toetsenbord. Lijnen 1 en 2.

c

Omdat het beeldscherm ook een breedte heeft. Je moet dus ook halve lijnen tekenen vanuit de ogen als je van bovenaf naar deze situatie kijkt.

Opgave 2
a

Zes ganzen helemaal en twee voor een deel.

b

Drie ganzen. Eén gans is door beiden in zijn geheel te zien. De twee andere ganzen kan `A` volledig zien. Voor `B` zijn deze ganzen slechts deels te zien.

c
Opgave 3
a

Het gebied tussen de beide blauwe kijklijnen kan Willem-Jan van de tuin zien.

b

 Het gearceerde gebied kunnen ze beiden zien.

Opgave 4
a

De lijn door het voorste en het achterste hoekpunt van de piramide.

b

Je kunt alleen de kijkrichting bepalen, niet hoe ver weg de kijker heeft gestaan.

Opgave 5
a

Let bijvoorbeeld op het halfronde gebouw (een vleugel van het Van Gogh Museum) en de torens van het grote gebouw op de voorgrond (het Rijksmuseum). Kijk naar punten die recht achter elkaar liggen.

De richting waarvandaan de foto ongeveer is genomen is met de rode pijl aangegeven in de kaart.

b

Waarschijnlijk stond de fotograaf ergens ten noorden van de straat Worp (zie kaart), aan de westkant van de IJssel. Op dat punt kan je de brug aan de rechterkant zien en de Grote of Lebuinuskerk ligt op één kijklijn met het hoekhuis aan het kruispunt. De locatie is echter niet exact te bepalen.

Opgave 6

Welke beweringen zijn waar? Licht je antwoord toe.

Een kijklijn heeft geen beginpunt.

Een kijklijn heeft geen eindpunt.

Een kijklijn noemen we ook wel een lijnstuk.

Opgave 7
a

Nee, hij kan fietser 1 niet zien. (Denk erom dat de bestuurder links voorin zit.)

b

Nee, hij kan auto B niet zien.

c

Teken kijklijnen vanuit het hoofd van de bestuurder van auto `A` langs de hoeken van de bebouwing die aan weerszijden van de straat ligt waarin deze auto rijdt.

d

Nee.

e

Omdat we rechts rijden zie je verkeer van rechts later dan verkeer van links in situaties zoals die in de figuur. Dat verkeer zit dan vaak al dicht op de kruising, zelfs vaak dichter dan je zelf zit.

Opgave 8
a

Teken kijklijnen vanuit de rode punt langs de raamkozijnen. Kleur het deel van de hal tussen deze kijklijnen.

b

Teken weer de kijklijnen vanuit de rode punt in het lokaal van groep 5 langs de raamkozijnen.

c

Kleur het deel waar beide gebieden uit a en b elkaar overlappen.

d

Kleur nu beide gebieden uit b en c samen.

e

Zie het rode gebied in de figuur.

f

De leerkrachten van groep 4 en groep 5.

Opgave 9

Gebruik het werkblad. Het kan in principe wel met vier camera's.

Opgave 10
Opgave 11
a

Het principe van de camera obscura is het doortrekken van kijklijnen vanuit het gaatje naar de achterwand van het kastje. Als je bijvoorbeeld de kijklijn naar de bovenkant van het voorwerp doortrekt komt die aan de onderkant op de achterwand uit. Houd je je oog echter direct achter het gaatje, dan vallen de kijklijnen rechtstreeks in je oog.

b

Zie figuur.

Opgave 15
a
b

Willem-Jan kan zeven vogels zien.

c
d

Sarah kan ook zes vogels zien, alhoewel eentje maar voor een deel.

e

Alle tien de vogels. De vier vogels die Sarah niet kan zien worden namelijk wel door Willem-Jan gezien.

Opgave 16
a
b
verder | terug