Ruimtelijke figuren > Ruimtelijke figuren
1234567Ruimtelijke figuren

Antwoorden van de opgaven

Opgave V1
a

De vorm van een balk, een rechthoekig blok.

b

In alle hoekpunten tref je rechte hoeken aan, alle randen staan loodrecht op elkaar.

c

Waarschijnlijk wel.

d

Nee, een basketbal is bol.

Opgave V2

Doe je best, misschien ken je nog niet veel namen, maar kubus, balk (of blok), piramide, bol, cilinder, kegel vast wel. De laatste drie kunnen rollen, de eerste drie alleen schuiven (als ze niet stuiteren).

Opgave 1
a

Alleen de balk en de cilinder.

b

`1`

c

Bijvoorbeeld de bekers en de milkshake.

d

De ijsjes, het bakje met vlees en het doucheschuim.

Opgave 2
a

Welke van de ruimtelijke figuren hebben alleen platte zijkanten?

kubus

balk

prisma

bol

cilinder

kegel

piramide

b

Welke figuren hebben gebogen zijvlakken?

kubus

balk

prisma

bol

cilinder

kegel

piramide

c

Welk figuur bestaat één gebogen zijvlak?

kubus

balk

prisma

bol

cilinder

kegel

piramide

d

Welke van deze figuren hebben cirkelvormige randen?

kubus

balk

prisma

bol

cilinder

kegel

piramide

e

De bol kun je naar alle kanten rollen, de cilinder en kegel rollen maar één kant op.

f

Als de kegel alleen maar rolt, blijft de top op zijn plaats en beschrijft hij dus een cirkel met de top als middelpunt.

Opgave 3
a
  • omdat metaal waarschijnlijk gemakkelijker tot een cilinder kan worden gebogen.

  • omdat je een cilinder makkelijker kunt vasthouden.

  • omdat er bij dezelfde inhoud voor een cilinder minder materiaal nodig is dan voor een balk.

  • omdat een cilindervormig blikje steviger is.

b

Bijvoorbeeld etuis, buizen voor de waterleiding, veel poten van stoelen, tafels en nog veel meer...

c

Twee cirkelvormige, platte vlakken met een gebogen vlak ertussen. De platte vlakken zijn ook evenwijdig: ze hebben dezelfde richting en liggen overal even ver van elkaar af.

Opgave 4
a

Bij een kubus hebben alle randen dezelfde lengte.

b

Allebei een balkvorm, een rechthoekige blokvorm.

c

Ja, een kubus is een balk met een extra voorwaarde: namelijk dat alle randen even lang zijn.

Opgave 5
a

Welke van de drie lichamen zijn prisma's?

figuur a

figuur b

figuur c

b

Een prisma heeft twee gelijke evenwijdige vlakken, verbonden door rechthoeken.

c

Elke balk is een prisma, maar niet elk prisma is een balk. Een zeszijdig prisma zoals figuur I is bijvoorbeeld geen balk.

Opgave 6
a

Een zeshoek, zo te zien met zes gelijke zijden en hoeken (een regelmatige zeshoek).

b

Een rechthoekige vorm.

Opgave 7
a

Omdat er vier opstaande zijvlakken zijn. Het grondvlak heeft de vorm van een vierhoek.

b

Er is één grondvlak in de vorm van een veelhoek. De opstaande vlakken zijn driehoeken die in één punt (de top) samenkomen.

c

Acht.

Opgave 8
a

Een driehoek met drie gelijke zijden (en gelijke hoeken) (een gelijkzijdige driehoek).

b

Een grote, vier middelgrote en `3 xx 4` kleine is in totaal zeventien piramides.

Opgave 9
a

Het is een prisma.

b

Er zijn geen paar evenwijdige, gelijke, hoekige vlakken.

Opgave 10

1. kegel
2. De vorm van deze figuur behoort niet tot de bekende ruimtelijke figuren.
3. cilinder
4. kubus
5. (zeszijdig) prisma
6. balk
7. (driezijdig) prisma
8. cilinder (die op z'n kant ligt)
9. (tienzijdig) prisma
10. bol
11. (driezijdig) prisma
12. (vierzijdig) prisma

Opgave 11

Figuur a lijkt te zijn opgebouwd uit twee balken en is in z'n geheel een kubus.  
In figuur b lijkt het witte gedeelte een (driezijdige) piramide te zijn. Waarschijnlijk zijn de blauwe gedeelten ook (driezijdige) piramides. In z'n geheel is figuur b ook een kubus.

Opgave 12

1 (zeszijdige) piramide
2 kegel
3 (driezijdig) prisma
4 cilinder
5 bol
6 kubus
7 (zeszijdig) prisma
8 balk

Opgave 13
a

Vijf rechthoekige driehoeken (dus elk met één paar loodrechte zijden), een parallellogram en een vierkant.

b

Een kubus (of balk) en verder allemaal prisma's.

c

Ja, een kubus of een balk is eigenlijk een speciaal soort prisma.

Opgave 14

Twee driezijdige piramides met een vierkant als grondvlak. Of acht driezijdige piramides met een driehoek als grondvlak.

Opgave 15

Leg de kegel op zijn kant. Leg de liniaal vanuit de top naar de rand van de cirkel op het grondvlak. Trek de lijn.  

Opgave 16
a

De kubus en de prisma.

b

Er zijn veel juiste antwoorden mogelijk. Bijvoorbeeld:  toegang tot het huis via een trap, de indeling van het huis is een ruimte met schuine wanden. 

Laat je docent bij twijfel jouw antwoorden nakijken.

c

De vloer is een rechthoek of een veelhoek.

Opgave 17

Een 3-piramide bestaat uit drie lagen ballen die samen een "piramide" vormen. Je ziet de onderste laag, de middelste laag en de bovenste laag. Evenzo heb je een 4-piramide (vier lagen), een 5-piramide (vijf lagen), enzovoort.

Alle ballen aan de buitenkant van een 8-piramide zijn geel (ook de onderkant), alle andere ballen zijn wit. Wat voor figuur vormen de witte ballen?

3-piramide

4-piramide

5-piramide

6-piramide

7-piramide

Opgave 18
a

Een (groene) piramide, een (blauwe) kubus (of balk) en een (roze) prisma.

b

Het is een vierzijdige piramide.

c

De blauwe kubus/balk is een speciaal geval van een prisma.

Opgave 19

Twee prisma's: het huis (vijfzijdig) plus de aanbouw (vijfzijdig).

Opgave 20

De beide figuren staan op een soort tafelblad, dat is een balk.

De linkerfiguur begint onderaan met een balk, daarop ligt een achtzijdig prisma, daarop staat weer een achtzijdig prisma. Daarop ligt een figuur dat sterk op een bol lijkt, maar het door de "richels" niet is.

Van de rechterfiguur zijn de pootjes balken, daarop ligt een balk, daarop ligt een figuur dat lijkt op een kubus (of een balk, het is niet goed te zien of alle zijden even lang zijn), alleen zijn de hoeken ervan af gehaald. Daarop ligt een figuur dat lijkt op een bol, maar het door de "richels" niet is.

verder | terug