Hoeken > Hoeken meten
123456Hoeken meten

Verwerken

Opgave 10

Je ziet zes verschillende hoeken. De hoeken staan ook op het werkblad.

Meet elke hoek in graden nauwkeurig.

Opgave 11

Je ziet een driehoek en een puntvlieger. De figuren staan ook op het werkblad.

a

Meet de hoeken van de driehoek in graden nauwkeurig.

b

Hoeveel graden zijn de hoeken van deze driehoek samen?

c

Meet de hoeken van de pijlpuntvlieger in graden nauwkeurig.

d

Hoeveel graden zijn de hoeken van deze pijlpuntvlieger samen?

Opgave 12

Je ziet een plattegrond van de kamer van Marieke. De plattegrond staat ook op een werkblad. Marieke krijgt nieuwe vloerbedekking. De vloerbedekking bestaat uit vloertegels van `50` cm bij `50` cm. Om ze in de juiste vorm te snijden, meet ze de hoeken van haar kamer die niet recht zijn.

a

Meet alle niet-rechte hoeken van Mariekes kamer.

b

Teken de vloertegels op de plattegrond. Begin in de rechte hoek linksboven.

c

Hoeveel hele tegels heeft ze nodig en hoeveel moeten er worden bijgesneden?

Opgave 13

Bekijk de vierhoek `ABCD` met daarin twee diagonalen.

a

Meet `/_BSC` . Gebruik de figuur op het werkblad.

b

Welke hoek is even groot als `/_BSC` ?

c

Meet `/_ ABC` , `/_ BCD` , `/_ CDA` en `/_ DAB` . Hoeveel graden zijn de hoeken van de vierhoek samen?

Opgave 14

De Toren van Pisa staat scheef.

Het gebouw naast de Toren van Pisa maakt een hoek van `90` ° met de grond. Welke hoek maakt de Toren van Pisa met de grond? Meet dit met behulp van de foto.

Opgave 15

Je ziet hier en op het werkblad een kaart van een deel van Nederland. Links onderaan is een schaalaanduiding weergegeven. Een vliegtuig vliegt vanaf Teuge een bepaalde afstand met een bepaalde koers. De afstand geef je in kilometers en de koers in graden. Die koers is steeds een hoek met het noorden, net als op de kompasroos met de wijzers van de klok mee gemeten. Als je aangeeft dat een vliegtuig vliegt volgens (40°|20), dan bedoel je dat het `20` km vliegt met een koers van `40` ° ten opzichte van het noorden. (40°|20) heet de koersvector.

Op de kaart is een vlucht getekend. Die vlucht kan worden beschreven door vier koersvectoren. De bovenkant van de figuur is het noorden. Schrijf elk van die vier koersvectoren op.

Opgave 16

Bekijk het cirkeldiagram. Het diagram is verdeeld in vier sectoren. Bereken zo nauwkeurig mogelijk welk percentage blauw gekleurd is. Bereken daarna ook de percentages van de overige sectoren.

verder | terug