Hoeken > Hoeken meten
123456Hoeken meten

Voorbeeld 2

Het meten van hoeken in figuren gaat hetzelfde als het meten van een losse hoek. Hier zie je hoe je hoek `A` van driehoek ` ABC` kunt meten.

Om nauwkeurig te kunnen meten, moet je soms eerst de zijden van de driehoek verlengen om de grootte van de hoek te kunnen aflezen. Zo is in de figuur zijde `AC` verlengd. Nu kun je duidelijk op je geodriehoek aflezen hoe groot `/_A` is. `/_A=56` °.

Opgave 8

Je ziet een driehoek met drie scherpe hoeken. Om te meten hoeveel graden die hoeken zijn, gebruik je je geodriehoek. Soms moet je de zijden van de driehoek langer maken. De driehoek staat ook op het werkblad.

a

Schat eerst de grootte van `/_ A` .

b

Leg je geodriehoek op deze hoek, op zo'n manier dat de `0` (het midden van de langste zijde) op het hoekpunt `A` ligt, de langste zijde langs een been van de hoek ligt en de hoek door de geodriehoek wordt bedekt. Bepaal de grootte van `/_ A` in graden.

c

Meet de twee andere hoeken op dezelfde manier.

Opgave 9

Je ziet een driehoek met twee scherpe hoeken en één stompe hoek. Om te meten hoeveel graden die hoeken zijn, gebruik je je geodriehoek. Soms moet je de zijden van de driehoek langer maken. De driehoek staat ook op het werkblad.

a

Welke hoek is stomp?

`/_ A`

`/_ B`

`/_ C`

b

Waarom kan een driehoek geen twee stompe hoeken hebben?

c

Schat eerst de grootte van de stompe hoek en meet de stompe hoek vervolgens in graden nauwkeurig.

d

Meet nu ook `/_ A` en `/_ B` .

e

Hoeveel graden zijn `/_ A` , `/_ B` en `/_ C` samen?

verder | terug