Omtrek, oppervlakte en inhoud > Lengtematen
123456Lengtematen

Antwoorden van de opgaven

Opgave V1
a

Omdat je dan een redelijk getal krijgt, niet heel groot en niet heel klein.

b

Dan krijg je een heel erg klein getal, want een kilometer is 1000 meter en dat is veel meer dan de omtrek van een babyhoofd.

c

Nee, want je kunt het meetlint op verschillende manieren om de bovenkant van het hoofdje houden en dan verandert de maat in mm, terwijl die in cm waarschijnlijk wel steeds hetzelfde zal zijn.

Opgave V2

Bijvoorbeeld de meter, centimeter, kilometer, etc. Misschien ken je ook wat bijzondere maten zoals inch, foot, li, ...

Opgave 1
a

Centimeter is een honderdste meter, dus er gaan cm in m.

Er gaan cm in dam.

Er gaan cm in km.

b

Hectometer betekent meter, dus er gaan m in hm.

Er gaan dm in hm.

Er gaan mm in hm.

c

dm cm.

m cm.

dm m cm cm cm.

d

km m m.

dam m m.

km dam m m m.

Opgave 2
a

Kijk naar de figuren waar ze het hoogste en het breedste zijn. Als je dit gevonden hebt, tel je het aantal roosterhokjes.

Figuur I is links het hoogste (dat zijn roosterhokjes) en hij is onderin het breedste (dat zijn roosterhokjes).

Figuur II is links het hoogste (dat zijn roosterhokjes) en hij is bovenin het breedste (dat zijn roosterhokjes).

b

De hoogte van figuur I is roosterhokjes, dus voor de hoogte geldt er: km.
De breedte van figuur I is roosterhokjes, dus er geldt: km breed.

De hoogte van figuur II is roosterhokjes, dus voor de hoogte geldt er:  km.
De breedte van figuur II is roosterhokjes, dus er geldt:  km breed.

c

De hoogte en breedte van een roosterhokje is mm. Er geldt dat mm cm.

De hoogte van figuur I is roosterhokjes, dus voor de hoogte geldt er: cm.
De breedte van figuur I is roosterhokjes, dus er geldt:  cm breed.

De hoogte van figuur II is roosterhokjes, dus voor de hoogte geldt er:  cm.
De breedte van figuur II is roosterhokjes, dus er geldt: cm breed.

Opgave 3
a

cm dm m.

b

m dam hm.

c

cm mm.

d

km hm dam m dm cm.

Opgave 4
a

Een standaard voetbalveld is ongeveer mm lang.

Waar

Niet waar

b

Een kerktoren kan een hoogte hebben van wel op elkaar gestapelde euro's.

Waar

Niet waar

Opgave 5
a

mm.

b

km hm dam m dm cm.

c

dm cm mm.

d

m dam hm km.

Opgave 6
a

Reken eerst alles om naar centimeter.

dm cm.

m cm.

cm cm cm.

b

Reken eerst alles om naar meter.

km m.

dam m.

m m m.

c

Reken eerst alles om naar kilometer.

m km.

hm km.

km km km.

d

Reken eerst alles om naar meter.

mm m.

cm m.

m m m.

Opgave 7
a

km m en uur seconde.
km/h = m/s.

b

km m en uur seconde.
km/h m/s.

c

m km en seconde uur seconde.
m/s km/h.

d

km m en uur seconde.
km/h m/s.

e

m km en seconde uur seconde.
m/s km/h.

Opgave 8

uur en minuten is samen minuten. Om uit te rekenen hoeveel kilometer per uur de trein rijdt deel je het totaal aantal kilometer door het totaal aantal minuten en vermenigvuldigt dat met :

km/h.

km/h m/h m/minuut  m/s.

Opgave 9
a

km hm dam m dm.

b

dam hm km.

c

mm cm dm.

d

km hm dam m dm  cm.

Opgave 10
a

dm m.

b

dm cm mm.

c

m dam hm km.

d

/ km hm dam m dm cm.

Opgave 11

cm mm.
Er zijn vellen papier met een dikte van mm.

De dikte van vel papier is: mm.

Opgave 12
a

De hoogte van driehoek = roosterhokjes.

roosterhokjes zijn in werkelijkheid dus cm lang.

roosterhokje cm.

Driehoek is roosterhokjes breed.
cm cm mm.

b

Om rechthoek kun je een vierkant tekenen van roosterblokjes hoog en  roosterblokjes breed.

roosterblokjes zijn in werkelijkheid cm lang.

cm dm

De hoogte en de breedte zijn dus dm.

Opgave 13

km m en uur seconden.
km/h m/s m/s.

Op een bord waar m/s op vermeld staat, zou je maximaal m/s rijden.

Opgave 14
a

Als je verticale banen wilt, moet je naar de breedte van de wand kijken.

De breedte van de wand m dm  cm.

De breedte van een behangrol cm.

banen.

cm. cm cm cm.

Je hebt vijf banen van cm nodig en een baan van cm.

b

De verticale banen lopen van onder naar boven, dus de lengte van een baan is gelijk aan de lengte van de wand. De lengte van de wand m dm.

De lengte van behangrol m. Je hebt banen behang nodig, dus de totale lengte is  m. Je hebt twee behangrollen nodig om de gehele wand van verticale banen te voorzien.

c

Als je horizontale banen wilt, moet je naar de lengte van de muur kijken.

De lengte van de muur m dm  cm.

De breedte van een behangrol cm.

banen.

cm. cm cm cm.

Je hebt vier banen van cm nodig en een baan van cm.

d

De horizontale banen lopen van links naar rechts, dus de lengte van een baan is gelijk aan de breedte van de wand. De breedte van de wand m dm.

De lengte van behangrol m. Je hebt vijf banen behang nodig, dus de totale lengte is m. Je hebt twee behangrollen nodig om de gehele wand van horizontale banen te voorzien.

Opgave 15

De bus legt kilometer per uur af. Dat is dus  kilometer per minuten. De afstand is kilometer. en . Milou doet er dus minuten over.

Daan fietst kilometer per uur. Dat is dus kilometer per minuten. De afstand is kilometer. en . Daan doet er dus minuten over. Daan is dus niet eerder thuis dan Milou.

Opgave 16Lichtjaar
Lichtjaar
a

lichtminuut is km.

b

lichtminuten.

c

Ongeveer seconden.

d

uur, minuten en seconden is seconden en in die tijd legt het licht (bijna miljard) km af.

e

Dat is ongeveer km. Daar doe je met km per uur nog uur over, dat is dagen is ongeveer jaar.

Opgave 17Engelse lengtematen
Engelse lengtematen
a

cm.

b

cm.

c

cm en dat is ongeveer m.

d

km.

e

Ongeveer bij m.

f

Ongeveer m ( m als je uitgaat van cm voor foot).

g

Ongeveer feet.

h

De breedte tussen de en de meter en de lengte tussen de en de meter.

Opgave 18Snelheden in mph
Snelheden in mph
a

mile is km. Dus mph is ongeveer km/uur.

b

mph km/uur.

c

Je hebt ongeveer liter benzine nodig. En omdat elke gallon ongeveer liter is heb je ongeveer gallon benzine nodig. Dat kost ongeveer £ 9,54. Hoeveel dat in euro is hangt af van de koers van het Engelse pond.

Opgave 19
a

dm.

b

hm.

c

dam.

d

cm.

Opgave 20
a

bakstenen.

b

Ongeveer mm.

Opgave 21

De Grote tafeleend is het snelst met kilometer per uur.

verder | terug