Omtrek, oppervlakte en inhoud > Lengtematen
1234567Lengtematen

Verwerken

Opgave 10

Reken om.

a

`5` km `= ...` dm

b

`12,5` dam `= ...` km

c

`1246` mm `= ...` dm

d

`0,03` km `= ...` cm

Opgave 11

Reken om.

a

`321` dm `= ...` m

b

`34,1` dm `= ...` mm

c

`155,4` m `= ...` km

d

`12,5` km `= ...` cm

Opgave 12

Een stapel van `500` vellen papier is `4,5` cm hoog. Hoeveel mm is de dikte van één vel papier?

Opgave 13

Bekijk de twee figuren op het rooster.

a

De driehoek `ABC` is in werkelijkheid `10` cm hoog. Hoeveel mm is `AB` ?

b

Je kunt in de figuur, op de roosterlijnen, een vierkant tekenen waar de getekende rechthoek `DEFG` precies in past. Hoe hoog en hoe breed is deze figuur? Geef je antwoord in dm.

Opgave 14

Op een rond verkeersbord, wit met een rode rand, staat `30` . Zo'n bord betekent dat de maximum toegestane snelheid `30` km/h is.
Welk getal zou er staan als we bij dit soort borden geen km/h zouden bedoelen, maar m/s?

Opgave 15

Je wilt één wand van een kamer behangen. De wand is `2,60` meter hoog, `3,15`  meter breed en heeft geen deuren of ramen. Je gebruikt behang van `60`  centimeter breed dat verkocht wordt op rollen van `10` meter.

a

Hoeveel banen (van hoeveel cm) behang heb je nodig om de hele wand te bedekken met verticale banen?

b

Hoeveel rollen behang heb je dan nodig?

c

Hoeveel banen behang (van hoeveel cm) heb je nodig om de hele wand te bedekken met horizontale banen?

d

Hoeveel rollen behang heb je dan nodig?

Opgave 16

Milou reist van school naar huis met de bus. De afstand is `7,5`  kilometer. De bus rijdt met een gemiddelde snelheid van `37,5` km/h. Haar broer Daan gaat met de fiets naar huis. Omdat hij eerder thuis wil zijn dan Milou fietst hij stevig door met een snelheid van `20` km/h. Hij neemt een binnendoor route van `5`  kilometer. Ze vertrekken tegelijkertijd. De bushalte is vlak voor de school- en huisdeur, dus Milou hoeft niet te lopen. Is Daan inderdaad eerder thuis dan Milou? Licht je antwoord toe.

verder | terug