Meetkundige berekeningen > Pythagoras
1234567Pythagoras

Voorbeeld 1

Hier zie je hoe je de stelling van Pythagoras gebruikt om de lengte van de hypothenusa `AB` te berekenen in de rechthoekige driehoek `ABC` . Merk op dat de kwadraten van de gegeven rechthoekszijden worden opgeteld. Vierkanten op de zijden tekenen is niet nodig.

Bekijk de applet: stelling van Pythagoras

Opgave 6

Bekijk de figuur in Voorbeeld 1 nog eens. In deze rechthoekige driehoek is de hypothenusa is steeds zijde `AB` .

a

Neem `AC=6` en `BC=4` en bereken `AB` . Laat de wortel in het antwoord staan.

b

Oefen dit (samen met een medeleerling) voor andere waarden van `AC` en `BC` .

Opgave 7

Van een rechthoekige driehoek `PQR` met `∠Q=90 °` is `PQ=18` cm en `QR=30` cm. Neem als hypothenusa `PR` .

a

Schets deze driehoek en schat de lengte van `PR` oftewel zijde `q` .

b

 Geef elke zijde een letter als naam en stel de stelling van Pythagoras op.

c

Bereken de lengte van `PR` met behulp van de stelling van Pythagoras in twee decimalen nauwkeurig.

Opgave 8

Hier zie je drie rechthoekige driehoeken.

Bereken in elke driehoek de exacte lengte van de hypothenusa.

verder | terug