Meetkundige berekeningen > Vergroten
1234567Vergroten

Verwerken

Opgave 13

Een voetbalveld is getekend op schaal `1 :1000` . In de tekening is het `12` cm lang en `7,5` cm breed.

a

Hoe groot is dit voetbalveld in werkelijkheid?

b

Met welk getal moet je de afmetingen van dit veld vermenigvuldigen om de werkelijke afmetingen te krijgen?

c

Hoe groot is de oppervlakte van het voetbalveld op de tekening?

d

Met welk getal moet je de oppervlakte van dit veld vermenigvuldigen om de werkelijke oppervlakte te krijgen?

e

Hoeveel m2 is de oppervlakte van het voetbalveld in werkelijkheid?

Opgave 14

Op een kaart met een schaal van `1 :200` heeft een bouwkavel een oppervlakte van `32` cm2.

Hoeveel m2 is de oppervlakte van deze kavel in werkelijkheid?

Opgave 15

Een raam heeft een oppervlakte van `1,2` m2. Een tweede raam heeft afmetingen die precies `2,5` keer zo groot zijn als het eerste.

a

Hoeveel m2 is de oppervlakte van dit tweede raam?

Een derde raam heeft een oppervlakte van `4,80` m2.

b

Hoeveel keer zo groot zijn de afmetingen van dit derde raam ten opzichte van het eerste?

c

Hoeveel keer zo groot zijn de afmetingen van dit derde raam ten opzichte van het tweede raam?

Opgave 16

Er lopen drie koeien in de wei. Ze zitten elk aan een touw dat met een pin in de grond vast zit. Het touw van koe Antje is `10` m lang.

a

Hoeveel m2 gras kan zij eten?

Het touw van Bertha is twee maal zo lang.

b

Hoeveel m2 gras kan zij meer eten dan Antje?

Carrie kan vijf maal zoveel gras eten als Antje.

c

Hoeveel keer zo groot is het touw van Carrie als dat van Antje?

Opgave 17

Bij een schaalmodel van een voorwerp worden alle lengtes met een vaste vergrotingsfactor verkleind. Dit model van een Smart ForTwo heeft een schaal van `1 :18` .
De afmetingen van een echte Smart ForTwo van deze versie zijn: lengte `250` cm, breedte `152` cm en hoogte `155` cm. De cilinderinhoud van de motor is `698` cc ( `1` cc = `1` cm3) en er past `33` L benzine in de tank. De totale glasoppervlakte is ongeveer `3,2` m2.

a

Bereken de lengte, de breedte en de hoogte van het schaalmodel in cm nauwkeurig.

b

Bereken de glasoppervlakte van het schaalmodel in mm2 nauwkeurig.

c

Bereken de cilinderinhoud van het schaalmodel in mm3 nauwkeurig.

d

Bereken hoeveel mm3 benzine er in de tank van het schaalmodel past.

Opgave 18

De spoorlijn van Arnhem naar Leeuwarden was in september 1868 geheel klaar. De lengte van deze spoorlijn is `166` km.
Op een kaart is deze lijn `16,6` cm lang.

Hoeveel bedraagt de schaal van die kaart?

Opgave 19

Tandpasta kun je in tubes van `25` mL en `150` mL kopen. Deze tubes zijn gelijkvormig.

a

Hoeveel keer zo groot is de grote tube ten opzichte van de kleinere?

b

De kleinste tube is `12` cm lang. Hoe lang is de grootste tube?

c

De tubes zijn van plastic cilinders gemaakt. Hoeveel keer zo groot is de oppervlakte van de grote tube vergeleken met de kleine tube?

Opgave 20

Een ringslang met lengte van `1` m heeft een gewicht van `240` gram en een huidoppervlakte van `483` cm2. Een boa constrictor is een slang die veel groter is. Een bepaalde boa weegt `51,84` kg.

Hoe groot is de huidoppervlakte van deze boa?

Opgave 21

Gegeven is een kegel met een hoogte van `7` cm. De diameter van het grondvlak is `4` cm. Er staat ook een vergroting naast met een inhoud van `597 1/3 π` cm³. Hoe groot is de oppervlakte van de vergroting?

verder | terug