Rekenen > Breuken optellen en aftrekken
1234567Breuken optellen en aftrekken

Voorbeeld 1

Hoeveel is `1/2+1/3=` ?

> antwoord

`1/2+1/3=3/6+2/6=5/6`

Denk er wel om dat beide breuken delen van hetzelfde geheel moeten zijn! De noemers van de breuk moeten hetzelfde zijn.

Opgave 6

Bekijk het voorbeeld.

a

Maak een tekening bij `2/5+1/4` .

b

Waarom moeten de twee rechthoeken waarvan je `2/5` en `1/4` deel hebt aangegeven even groot zijn?

c

Waarom maak je de ene verdeling horizontaal en de andere verticaal?

d

Bereken `2/5+1/4` .

Je kunt `2/5+1/4` ook berekenen met de rekenmachine. Je hebt behalve de toetsen voor de cijfers alleen de toetsen en nodig.

e

Wat is dan de uitkomst van deze optelling?

Opgave 7

Leg iemand die niet zo goed kan rekenen uit hoe de optelling `3/7+5/8` gaat.

a

Teken eerst `3/7` als een deel van een rechthoek en doe  hetzelfde met `5/8` .

b

Leg uit dat `3/7+ 5/8 = 59/56` .

c

Waaruit blijkt dat deze optelling meer dan één rechthoek oplevert? Hoe schrijf je het antwoord zo, dat dit duidelijk is?

d

Je kunt de optelling ook wel met behulp van decimalen uitvoeren. Geef het exacte antwoord in decimalen.

e

Ga na of het antwoord in breuken en dat in decimalen hetzelfde zijn.

f

Hoeveel is `5/8-3/7` ? Geef eerst je antwoord als breuk en daarna exact in decimalen.

Opgave 8

Bereken zonder rekenmachine. Geef je antwoord als breuk.

a

`2/11+3/11`

b

`3/8-1/4`

c

`7/10+2/5`

d

`5/8+5/6`

e

`5/6-5/8`

verder | terug