Rekenen > Breuken optellen en aftrekken
1234567Breuken optellen en aftrekken

Voorbeeld 4

Je weet:

  • `1/10=0,1`

  • `2/10=0,2`

  • `12/100=0,12`

Breuken met als noemer `10, 100, 1000` ... kun je als decimaal getal schrijven.

Ook andere breuken kun je als decimaal getal schrijven:

  • `1/2=(1xx5)/(2xx5)=5/10=0,5`

  • `1/4=(1xx25)/(4xx25)=25/100=0,25`

  • `3/8=...=375/1000=0,375`

Met de rekenmachine kan dit sneller. De deling `3/8` levert meteen `0,375` op.

Opgave 13

Schrijf de breuken als decimale getallen.

a

`1/4`

b

`2/5`

c

`7/8`

d

`15/16`

e

`3/20`

f

`9/25`

Opgave 14

Een lot in de Staatsloterij kost € `15,00` wanneer je meespeelt voor de jackpot. Speel je niet mee voor de jackpot, dan kost een lot €  `13,00` . Veel mensen kiezen ervoor om geen heel lot te kopen maar een `1/5` lot.

a

Hoeveel kost `1/5` lot als je voor de jackpot meespeelt?

b

Hoeveel kost `1/5` lot als je niet voor de jackpot meespeelt?

c

Waarom zullen mensen vaak liever meerdere `1/5` loten kopen dan een heel lot?

verder | terug