Breuken > Breuken vergelijken
1234567Breuken vergelijken

Antwoorden van de opgaven

Opgave V1
a

cent betekent honderdste, dus .

b

c

Eigen antwoord.

d

, .

Opgave 1
a

De noemer moet met worden vermenigvuldigd, dus de teller moet dat ook.

b

c

, dus je krijgt inderdaad hetzelfde antwoord.

Opgave 2
a

b

c

d

e

f

Opgave 3
a

euro.

b

euro.

c

Je speelt dan met meer verschillende nummers mee en vergroot je kans op een prijs.

Opgave 4
a

Door delen met de rekenmachine of omschrijven naar tienden, honderdsten, duizendsten, ...

b

.

Opgave 5
a

b

c

Doen.

d

Anders rekent je rekenmachine uit.

e

Sommige rekenmachines hebben daarvoor een speciale toets of toetsencombinatie.

f

.

Opgave 6
a

b

c

d

e

Sommige rekenmachines hebben daarvoor een speciale toets of toetsencombinatie.

f

.

Opgave 7
a

Rekenmachine geeft: (of iets vergelijkbaars met meer of minder zessen). Die komt door de afronding! Doe dit decimale getal keer . Er komt dan geen uit.

b

.

Opgave 8

. Het blokje decimalen herhaalt zich steeds.

Opgave 9
a

Je rekenmachine kan niet genoeg decimalen weergeven om de herhaling van een blokje decimalen zichtbaar te krijgen.

b

.

Opgave 10
a

b

c

d

e

Opgave 11
a

b

c

d

Opgave 12
a

€ 2,50 is euro, munten van cent en munt van cent.

b

Bijvoorbeeld en .

c

Bijvoorbeeld en en .

Opgave 13Een deel van...
Een deel van...
a

van 80 is 5, dus van 80 is . Of en .

b

van is , dus van is . Of en .

c

van is , dus van is .

Opgave 14Stambreuken
Stambreuken
a

Doen.

b

en .

c

.

Opgave 15
a

3 25 = 0,12

b

3 2 11 = 3 , 18 _

c

0,456 = 456 1000 = 57 125

d

3,02 = 3 2 100 = 3 1 50

verder | terug