Breuken > Breuken vergelijken
1234567Breuken vergelijken

Voorbeeld 2

In klas 1A hebben van de leerlingen voor een wiskundetoets een onvoldoende gehaald.
In klas 1B hebben voor dezelfde toets van de leerlingen een onvoldoende gehaald.

Mag je zeggen dat er in 1B naar verhouding meer onvoldoendes zijn?
Er zijn wel meer onvoldoendes, maar ook meer leerlingen...

> antwoord

In 1A heeft deel een onvoldoende.
In 1B heeft deel een onvoldoende.

Om beide breuken te kunnen vergelijken maak je ze gelijknamig:

en .

Dus voor deze toets zijn in 1B naar verhouding de minste onvoldoendes gehaald.
(Complimenten voor 1B.)

Opgave 7

In Voorbeeld 2 worden twee breuken vergeleken.

a

Ga na, dat inderdaad het KGV van en is.

b

Kun je beide breuken ook vergelijken door van beide een breuk met noemer te maken?

c

Vergelijk beide breuken ook met behulp van decimale getallen.

Opgave 8

Marit zit in klas 1A en Gerdien in 1D. In 1A zitten leerlingen, in 1D leerlingen. In beide klassen zitten meisjes. Ga bij de volgende uitspraken na of ze kloppen. Leg de antwoorden uit.

a

Marit: "In mijn klas is het deel meisjes groter dan in jouw klas."

b

Gerdien: "Wij hadden voldoendes voor het proefwerk wiskunde en jullie maar , dus in mijn klas is het beter gemaakt."

c

Marit: "Dat is niet waar, want bij ons waren er leerlingen ziek en bij jullie heeft iedereen het gemaakt, dus wij hebben het beter gedaan."

Opgave 9

Er wordt van een griepepidemie gesproken als er van elke inwoners meer dan de griep hebben. In de klas van Antoine hebben leerlingen de griep en zijn er gezond. Volgens Antoine zou er wel eens sprake kunnen zijn van een epidemie.

Ga na of hij daarin gelijk heeft.

verder | terug