Negatieve getallen > Wat is negatief?
123456Wat is negatief?

Antwoorden van de opgaven

Opgave V1
a

Met een horizontaal streepje ervoor.

b

Dat het `6` graden Celsius vriest.

c

Nee, dat is niet zo, maar dan vriest het wel behoorlijk hard.

Opgave V2
a

`text(-) 4,5` meter NAP.

b

`text(-) 6,76` meter NAP.

c

`328,96` meter

Opgave 1
a
b

Welke van deze acht getallen zijn negatief?

`7`

`text(-)1`

`3,5`

`text(-)4`

`text(-)0,5`

`1`

`text(-)3`

`4`

c

Welke van deze acht getallen zijn elkaars tegengestelde?

`text(-)4` en `text(-)3`

`7` en `text(-)3`

`text(-)1` en `4`

`3,5` en `3,5`

`text(-)4` en `4`

`text(-)0,5` en `text(-)1`

`1` en `text(-)1`

`text(-)3` en `7`

d

`40`

Opgave 2
a
b

Bij de negatieve getallen staat er een horizontaal streepje voor. Dus: `text(-)4` ; `text(-)3` ; `text(-)1` en `text(-)0,5` .

c

Welke van deze acht getallen zijn elkaars tegengestelde?

`text(-)4` en `text(-)3`

`7` en `text(-)3`

`text(-)1` en `4`

`3,5` en `text(-)3,5`

`text(-)4` en `4`

`text(-)0,5` en `text(-)1`

`1` en `text(-)1`

`text(-)3` en `7`

d

`40`

Opgave 3
a

`20\ ...\ text(-) 4`

`20 > text(-)4`

`20 < text(-)4`

b

`text(-) 6\ ...\ 6`

`text(-)6 < 6`

`text(-)6 > 6`

c

`3\ ...\ text(-)2`

`3 < text(-)2`

`3 > text(-)2`

d

`text(-)3\ ...\ text(-)2`

`text(-) 3 < text(-) 2`

`text(-) 3 > text(-) 2`

Opgave 4
a

`20 > text(-)4`

b

`text(-)6 < 6`

c

`3 > text(-)2`

d

`text(-) 3 < text(-) 2`

Opgave 5
a

`text(-)5` °C

b

Met `7` °C.

Opgave 6
a

`text(-)6`

b

ja

c

`12`

Opgave 7
Opgave 8
a

`A(2, 4)`

`B(text(-)3, 2)`

`C(4, text(-)1)`

`D(text(-)4, text(-)2)`

`E(0, text(-)6)`

b

`P(text(-)1, text(-)3)`

c

`S(0,5; 0,5)`

Opgave 9

Je krijgt een halve ster. Je moet om de hele ster te krijgen nog toevoegen: `(text(-)1, text(-)2)` , `(text(-)3, text(-)3)` , `(text(-)2, text(-)1)` , `(text(-)4, 0)` , `(text(-)2, 1)` , `(text(-)3, 3)` en `(text(-)1, 2)` en de verbindingslijnstukjes tekenen.

Opgave 10
a

`text(-)2,45` ; `text(-)0,89` en `text(-)3` zijn negatief. Ze zijn allemaal kleiner dan `0` . Op een getallenlijn liggen ze links van de `0` .

b

`3` ; `900` ; `0,258` en `0,89` zijn positief. Deze getallen zijn allemaal groter dan `0` . Op een getallenlijn liggen ze rechts van `0` .

c

`3` en `text(-)3` zijn elkaars tegengestelde. Dit wil zeggen dat beide getallen even ver van `0` af liggen. Ook `text(-) 0,89` en `0,89` zijn elkaars tegengestelde. Ook deze getallen liggen even ver van `0` af.

Opgave 11
a

Welke getallen zijn negatief?

`3`

`text(-)2,45`

`0`

`900`

`0,258`

`text(-)0,89`

`text(-) 3`

`0,89`

b

Welke getallen zijn positief?

`3`

`text(-)2,45`

`0`

`900`

`0,258`

`text(-)0,89`

`text(-) 3`

`0,89`

c

Welke getallen zijn elkaars tegengestelde?

`3` en `text(-)2,45`

`text(-)2,45` en `text(-)0,89`

`900` en `0`

`text(-) 3` en `900`

`900` en `0,258`

`text(-)0,89` en `0,89`

`text(-) 3` en `3`

`0,89` en `0`

Opgave 12
a

`5\ ...\ text(-)1`

`5 > text(-)1`

`5 < text(-)1`

b

`text(-)2\ ...\ 8`

`text(-)2 > 8`

`text(-)2 < 8`

c

`text(-)4\ ...\ text(-)7`

`text(-)4 > text(-)7`

`text(-)4 < text(-)7`

d

`text(-)6\ ...\ 12`

`text(-)6 > 12`

`text(-)6 < 12`

Opgave 13
a
b

`C(0, text(-)2)`

c

`S(text(-)1, 1)`

Opgave 14
a

`text(-)2` °C

b

`5 - 7 = text(-)2`

c

`6` °C

d

`text(-)2 - 6 = text(-)8`

e

`text(-)8 + 12 = 4` , dus `4` °C.

Opgave 15
a

`5` en `text(-)5`

b

`text(-)17,5` en `17,5`

Opgave 16
a

In welke steden vriest het?

Amsterdam

Parijs

Madrid

Oslo

b

In welke stad is de temperatuur het laagst?

Amsterdam

Parijs

Madrid

Oslo

c

Tussen Amsterdam en Parijs is het temperatuurverschil zes graden.

d

Tussen Amsterdam en Oslo is het temperatuurverschil drie graden.

e

`text(-)1` °C

Opgave 17

`text(-)100 < text(-)1 < text(-)0,01 < 0,01 < 1 < 100`

Opgave 18
a

€  `text(-)32,00`

b

€  `text(-)17,00`

c

Na drie weken.

Opgave 19

In een assenstelsel zijn de volgende punten getekend: `A (2006, 2007)` , `B (2007, 2006)` , `C (text(-)2006, text(-)2007)` , `D (2006, text(-)2007)` en `E (2007, text(-)2006)` .

Welke van de volgende lijnstukken is horizontaal?

`AB`

`AD`

`BC`

`BE`

`CD`

Opgave 20Temperatuur afhankelijk van hoogte
Temperatuur afhankelijk van hoogte
a

Tot ongeveer `3,3` kilometer hoogte.

b

`text(-)10` °C.

c

`20` °C.

d

Ongeveer `23` °C.

Opgave 21
a

Welke steden liggen lager dan `0` m NAP?

Almelo

Amsterdam

Emmeloord

Groningen

Haarlem

Lelystad

Middelburg

's-Hertogenbosch

Utrecht

b

`10,4` meter

c

`1,3` m

d
Opgave 22
a

`text(-)3,1` ... `text(-)3,5`

`>`

` < `

b

`2,3` ... `text(-)4,8`

`>`

` < `

c

`text(-)0,2` ... `text(-)0,1`

`>`

` < `

d

`text(-)8,5` ... `8,5`

`>`

` < `

Opgave 23
a

`text(-) 0,01`

b

`2,75` en `text(-)2,75`

Opgave 24
a

`700` meter

b

`600` meter

Opgave 25
a
b

Een vlieger.

c

`18` roostervierkantjes

verder | terug