Negatieve getallen > Wat is negatief?
123456Wat is negatief?

Verwerken

Opgave 10

Je ziet een aantal getallen: 3; `text(-)` 2,45; 0; 900; 0,258; `text(-)` 0,89; `text(-)` 3; 0,89.

a

Welke getallen zijn negatief?

b

Welke getallen zijn positief?

c

Welke getallen zijn elkaars tegengestelde?

Opgave 11

Je ziet een aantal getallen: `3` ; `text(-)2,45` ; `0` ; `900` ; `0,258` ; `text(-)0,89` ; `text(-) 3` ; `0,89` . Kruis de juiste antwoorden aan.

a

Welke getallen zijn negatief?

`3`

`text(-)2,45`

`0`

`900`

`0,258`

`text(-)0,89`

`text(-) 3`

`0,89`

b

Welke getallen zijn positief?

`3`

`text(-)2,45`

`0`

`900`

`0,258`

`text(-)0,89`

`text(-) 3`

`0,89`

c

Welke getallen zijn elkaars tegengestelde?

`3` en `text(-)2,45`

`text(-)2,45` en `text(-)0,89`

`900` en `0`

`text(-) 3` en `900`

`900` en `0,258`

`text(-)0,89` en `0,89`

`text(-) 3` en `3`

`0,89` en `0`

Opgave 12

Vul op de lege plaatsen het teken `>` of het teken ` < ` in.

a

`5\ ...\ text(-)1`

`5 > text(-)1`

`5 < text(-)1`

b

`text(-)2\ ...\ 8`

`text(-)2 > 8`

`text(-)2 < 8`

c

`text(-)4\ ...\ text(-)7`

`text(-)4 > text(-)7`

`text(-)4 < text(-)7`

d

`text(-)6\ ...\ 12`

`text(-)6 > 12`

`text(-)6 < 12`

Opgave 13

Neem een stuk roosterpapier.

a

Teken een assenstelsel met daarin de punten `A(text(-)2, 4)` , `B(text(-)4, 0)` en `D(2, 2)` .

b

`A` , `B` en `D` zijn hoekpunten van een vierkant `ABCD` . Teken dit vierkant en geef de coördinaten van hoekpunt `C` .

c

Geef ook de coördinaten van het snijpunt `S` van de beide diagonalen van het vierkant.

Opgave 14

Buiten is het `5` °C.

a

's Nachts daalt de temperatuur zeven graden. Wat is de temperatuur 's nachts?

b

Welke berekening kun je daarbij opschrijven?

c

's Ochtends is het `text(-)8` °C geworden. Hoeveel is de temperatuur nog verder gedaald?

d

Schrijf de berekening die bij c hoort op.

e

Overdag stijgt de temperatuur weer twaalf graden. Hoe warm wordt het? Schrijf ook een berekening op.

Opgave 15

Elk getal, behalve `0` , heeft een tegengestelde.

a

Welke twee getallen verschillen `10` van elkaar en zijn elkaars tegengestelde?

b

Welke twee getallen verschillen `35` van elkaar en zijn elkaars tegengestelde?

Opgave 16

In de tabel zie je de ochtendtemperaturen in vier Europese steden.

Amsterdam `text(-)2` °C
Parijs `4` °C
Madrid `7` °C
Oslo `text(-)5` °C
a

In welke steden vriest het?

Amsterdam

Parijs

Madrid

Oslo

b

In welke stad is de temperatuur het laagst?

Amsterdam

Parijs

Madrid

Oslo

c

Hoe groot is het temperatuurverschil tussen Amsterdam en Parijs?

d

Hoe groot is het temperatuurverschil tussen Amsterdam en Oslo?

e

's Middags is het in Oslo `4` °C warmer. Wat is de middagtemperatuur in Oslo?

Opgave 17

Zet de getallen in de juiste volgorde van klein naar groot met behulp van het kleinerdanteken < .

`text(-)` 0,01; `text(-)` 1; 1; 100; 0,01 en `text(-)` 100

Opgave 18

Sjors zegt: "Ik sta 148 euro positief." Dat wil zeggen dat hij € 148,00 op zijn bankrekening heeft staan. Sjors mag van zijn bank maximaal € 500,00 "negatief" staan. Dat heet ook wel "rood staan" .

a

Sjors koopt een broek van € 180,00.
Hoeveel geld staat er dan op zijn bankrekening? Schrijf je berekening op.

b

Met een krantenwijk verdient Sjors € 15,00 per week.
Wat staat er een week later op zijn bankrekening, als hij er niets meer afhaalt?

c

Na hoeveel weken staat Sjors weer "positief" ?

Opgave 19

In een assenstelsel zijn de volgende punten getekend: `A (2006, 2007)` , `B (2007, 2006)` , `C (text(-)2006, text(-)2007)` , `D (2006, text(-)2007)` en `E (2007, text(-)2006)` .

Welke van de volgende lijnstukken is horizontaal?

`AB`

`AD`

`BC`

`BE`

`CD`

verder | terug