Negatieve getallen > Negatieve getallen optellen
123456Negatieve getallen optellen

Testen

Opgave 20

Bereken.

a

`8 + text(-)4`

b

`text(-)12 + text(-)3`

c

`text(-)10 + 5`

d

`text(-)3 + 8`

Opgave 21

Vul in.

a

`text(-)3 + ... = text(-)18`

b

`... + 5 = 1`

c

`... + text(-)2,5 = text(-)5`

d

`8,2 + ... = text(-)8,2`

Opgave 22

Vul in.

a

`text(-)3 + ... + text(-)8 = 12`

b

`text(-)154,8 + ... = text(-)97,2`

c

`1,751 + ... = text(-)0,859`

d

`text(-)54 + text(-)23 + ... = text(-)102`

Opgave 23

Jasmijn bezorgt reclamefolders. Iedere week heeft ze een andere hoeveelheid folders en daardoor verdient ze niet iedere week hetzelfde. Ze houdt tien weken lang bij hoeveel ze verdient en hoeveel ze uitgeeft. Het verschil daartussen noemt ze haar netto-inkomen. Positief als ze meer verdient dan dat ze uitgeeft, negatief als ze meer uitgeeft dan dat ze verdient.

weeknummer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
verdiensten (€) 11,00 8,00 7,00 14,00 12,00 6,00 15,00 9,00 10,00 12,00
uitgaven (€) 8,00 10,00 12,00 10,00 14,00 5,00 5,00 10,00 12,00 9,00
netto-inkomen (€)
a

Vul de onderste rij van de tabel in.

b

Bereken het gemiddelde netto-inkomen van Jasmijn over deze tien weken.

c

Aan het begin van deze tien weken stond ze € 7,00 rood op haar rekening.

Laat met een berekening zien of het haar gelukt is om positief te komen staan.

Opgave 24

Bereken.

a

`1/6 + text(-)1/8`

b

`text(-)3 2/5 + text(-)2 1/4`

c

`text(-)1/2 + 7/8`

d

`1 1/7 + text(-)3 1/3`

verder | terug