Negatieve getallen > Negatieve getallen vermenigvuldigen
123456Negatieve getallen vermenigvuldigen

Verwerken

Opgave 13

Vul in.

a

`text(-)4,3 xx ... = 8,6`

b

`text(-)2 xx (... - 5) = 16`

c

`text(-)15 xx ( ... - text(-)3) = 225`

d

`... + (text(-)7)^2 = (text(-)5)^2`

Opgave 14

Schat eerst het antwoord en bereken het vervolgens met je rekenmachine.

a

`text(-)1,5 xx 2,8 - text(-)3,44`

b

`( 3,6 + text(-)2,4) xx text(-)1,3`

c

`0,0125 xx text(-)8 + 2,34`

d

`3165 - 121 xx text(-)14`

Opgave 15

Schat eerst het antwoord en bereken het vervolgens met je rekenmachine.

a

`1501 xx text(-)24 + 1501 xx 31`

b

`15,4 xx text(-)(0,7 - 2,1)`

c

`(text(-)4,1)^2`

d

`(3,2 - 5,3)^2`

Opgave 16

Je kunt ook met negatieve breuken vermenigvuldigen. Bereken.

a

`1/3 xx text(-)1/2`

b

`text(-)1 5/6 xx text(-)2 1/3`

c

`(text(-)2/3)^2`

Opgave 17

Jimmy en Raoul spelen een dobbelspel met twee dobbelstenen. Op beide dobbelstenen staan de getallen: `text(-)3` , `text(-)2` , `text(-)1` , `1` , `2` en `3` . De jongens zetten een pion op het veld met de `0` op een speelbord met `41` velden. Wanneer een van hen gooit, vermenigvuldigt hij de twee getallen op de dobbelstenen. De uitkomst is het aantal zetten dat hij mag doen. Een negatieve uitkomst betekent achteruit en een positieve uitkomst betekent vooruit.
Het speelbord staat ook op het werkblad.

a

Bekijk wat ze elke beurt hebben gegooid. Schrijf erachter op welk veld ze uitkomen.

Jimmy `text(-)2` en `1` , dus naar veld ...
Raoul `text(-)3` en `text(-)3` , dus naar veld ...
Jimmy `2` en `3` , dus naar veld ...
Raoul `text(-)2` en `text(-)1` , dus naar veld ...
Jimmy `text(-)2` en `text(-)2` , dus naar veld ...
Raoul `text(-)3` en `text(-)2` dus naar veld ...
b

Om te winnen moet je precies op `20` uitkomen. Alles wat je te veel gooit, moet je terugtellen vanaf `20` . Wie kan er bij de volgende beurt winnen?

Raoul

Jimmy

c

Wat moet hij dan gooien?

`text(-)3`

`text(-)2`

`text(-)1`

`1`

`2`

`3`

Opgave 18

Geef bij de vragen een uitgebreide toelichting.

a

Bij een spel heb je in `23` rondes in totaal één keer `5` punten gewonnen, zes keer `2` punten gewonnen, drie keer `1` punt gewonnen, vijf keer `1` punt verloren en acht keer `2` punten verloren. Heb je in totaal winst of verlies geboekt?

b

Hoeveel heb je gemiddeld per ronde winst of verlies geboekt?

Opgave 19

Bereken: `(9 - 100) xx (9 - 99) xx (9 - 98) xx ... xx (9 - 2) xx (9 - 1) xx (9 - 0)`

Opgave 20

Eva schrijft een rij getallen op. Ze begint met `1` en `text(-)1` . Daarna vermenigvuldigt ze telkens de laatste twee opgeschreven getallen met elkaar en schrijft de uitkomst op. Het derde getal wordt `1 xx text(-)1 = text(-)1` en het vierde getal wordt `text(-)1 xx text(-)1 = 1` . Als Eva `2013` getallen heeft opgeschreven, telt ze alle getallen op. Welk antwoord krijgt Eva?

`text(-)1006`

`text(-)671`

`0`

`671`

`1007`

verder | terug