Negatieve getallen > Negatieve getallen vermenigvuldigen
123456Negatieve getallen vermenigvuldigen

Voorbeeld 1

Je ziet enkele vermenigvuldigingen. Als je goed kijkt, zie je dat als je `text(-)5` met een steeds kleiner getal vermenigvuldigt, de uitkomst steeds groter wordt. En ook dat als je `5` met een steeds kleiner getal vermenigvuldigt, de uitkomst steeds kleiner wordt.

`3 xx text(-)5 = text(-)15` `3 xx 5 = 15`
`2 xx text(-)5 = text(-)10` `2 xx 5 = 10`
`1 xx text(-)5 = text(-)5` `1 xx 5 = 5`
`0 xx text(-)5 = 0` `0 xx 5 = 0`
`text(-)1 xx text(-)5 = 5` `text(-)1 xx 5 = text(-)5`
`text(-)2 xx text(-)5 = 10` `text(-)2 xx 5 = text(-)10`
`text(-)3 xx text(-)5 = 15` `text(-)3 xx 5 = text(-)15`

Bij ingewikkelder berekeningen moet je weer aan de voorrangsregels denken: `12 - 4 xx (3 - 5 xx text(-)2) = 12 - 4 xx (3 - text(-)10) = 12 - 4 xx 13 = text(-)40`

Opgave 5

Bekijk de drie rijtjes vermenigvuldigingen.

`3 xx text(-)6 = ...` `3 xx text(-)10 = ...` `3 xx text(-)1 = ...`
`2 xx text(-)6 = ...` `2 xx text(-)10 = ...` `2 xx text(-)1 = ...`
`1 xx text(-)6 = ...` `1 xx text(-)10 = ...` `1 xx text(-)1 = ...`
`0 xx text(-)6 = ...` `0 xx text(-)10 = ...` `0 xx text(-)1 = ...`
`text(-)1 xx text(-)6 = ...` `text(-)1 xx text(-)10 = ...` `text(-)1 xx text(-)1 = ...`
`text(-)2 xx text(-)6 = ...` `text(-)2 xx text(-)10 = ...` `text(-)2 xx text(-)1 = ...`
a

Vul de uitkomsten in. Let daarbij op de regelmaat.

b

Wat kun je zeggen over het vermenigvuldigen van twee negatieve getallen?

Opgave 6

Vul op de lege plaatsen de woorden "positief getal" of "negatief getal" in.

a

positief getal `xx` positief getal `= ...`

positief getal

negatief getal

b

positief getal `xx` negatief getal `= ...`

positief getal

negatief getal

c

negatief getal `xx` positief getal `= ...`

positief getal

negatief getal

d

negatief getal `xx` negatief getal `= ...`

positief getal

negatief getal

e

positief getalĀ² `= ...`

positief getal

negatief getal

f

negatief getalĀ² `= ...`

positief getal

negatief getal

Opgave 7

Bereken.

a

`text(-)3 xx 6 + text(-)15`

b

`text(-)3 xx (6 + text(-)15)`

c

`19 - text(-)4 xx 2`

d

`text(-)12 + 6 xx text(-)4`

e

`text(-)3 xx text(-)6 + (text(-)3)^2`

Opgave 8

Je ziet een kruisgetallenpuzzel. De puzzel staat ook op het werkblad.

Vul de puzzel in; een negatiefteken komt in hetzelfde vakje als het eerste cijfer van het getal.

horizontaal verticaal
1 `5 xx text(-)3` 1 `text(-)6 xx 3`
3 `18 xx text(-)2` 2 `text(-)19 xx text(-)3`
4 `text(-)(20 + 5) xx 75` 3 `(30 - 52) xx 15`
6 `text(-)50 xx text(-)100 - 892` 4 `text(-)8 xx 13`
9 `text(-)4 xx text(-)107` 5 `9 xx 10 + 9 xx text(-)4`
11 `text(-)(60 - 1) xx 63` 7 `text(-)3 xx (1 - 60)`
    8 `text(-)27 xx text(-)31`
    10 `20 - 2 xx text(-)2`
verder | terug