Negatieve getallen > Totaalbeeld
123456Totaalbeeld

Testen

Opgave 6

Vul in.

a

`8 - ... = text(-)10 5/8`

b

`... - 73 = text(-)21`

c

`3 - ... = text(-)1/4`

d

`... - 2,715 = text(-)0,275`

Opgave 7

Vul in.

a

`5,12 + text(-)149,1 = ...`

b

`text(-)33 + ... = text(-)28`

c

`... + 15 = text(-)15`

d

`text(-)8/9 - 9/5 = ...`

Opgave 8

Vul in.

a

`text(-)4 + 7 = ...`

b

`... - 9 = text(-)12`

c

`text(-)45,23 - ... = 99,099`

d

`... + 27 = 18 3/7`

Opgave 9

Vul in.

a

`14 xx text(-)8,6 = ...`

b

`... xx 1,8 = text(-)21,6`

c

`text(-)4 xx ... = 20`

d

`... xx 7,5 = text(-)120`

Opgave 10

Vul in.

a

`(...)/{text(-)23} = text(-)20`

b

`{text(-)180}/{text(-)45} = ...`

c

`(text(-)3 xx 15)/(2 - 5) = ...`

d

`26/(1 - ...) = text(-)13`

Opgave 11

Bereken.

a

`text(-)7 xx 7`

b

`(text(-)5)^2`

c

`(3-9)^2`

d

`(1/{text(-)4})^2`

Opgave 12

Vul in.

a

`text(-)5` is het tegengestelde van ...

b

`15,3` is het tegengestelde van ...

c

`2/3` is het tegengestelde van ...

d

`1` is het tegengestelde van ...

Opgave 13

Vul op de lege plaatsen het teken `>` of het teken ` < ` in.

a

`text(-)5,2` ... `text(-)5,3`

`text(-)5,2 < text(-)5,3`

`text(-)5,2 > text(-)5,3`

b

`text(-)4` ... `1`

`text(-)4 < 1`

`text(-)4 > 1`

c

`4` ... `text(-)1`

`4 > text(-)1`

`4 < text(-)1`

d

`text(-)1` ... `text(-)4`

`text(-)1 < text(-)4`

`text(-)1 > text(-)4`

Opgave 14

Vul een ongelijkteken in zodat de bewering waar is.

a

`text(-)1,4` ... `text(-)4,1`

b

`text(-)0,4` ... `text(-)1`

c

`text(-)4` ... `text(-)1`

d

`text(-)5,2` ... `text(-)5,3`

Opgave 15

Ruth woont in Lutten. Dat ligt `12,8` m boven NAP. Haar vriend Jeroen woont midden in de Noordoostpolder, `text(-)3,45` m ten opzichte van het NAP.

a

Hoe groot is het verschil in hoogte waar zij wonen? Schrijf je berekening op.

b

Jeroen fietst naar school. Zijn school ligt nog eens `0,85` m lager. Hoe ligt de school van Jeroen ten opzichte van het NAP?

c

De school van Ruth ligt `17` meter hoger dan de school van Jeroen. Hoeveel meter moet Ruth omhoog of omlaag fietsen om bij haar school te komen?

Opgave 16

Neem een stuk roosterpapier en maak daarop een assenstelsel met op de assen de waarden `text(-)4` tot en met `4` .

a

Teken in dit assenstelsel de punten `A(text(-)4,1)` , `B(text(-)3,text(-)1 )` en `C(1,1)` .

b

`A` , `B` en `C` zijn de hoekpunten van een rechthoek `ABCD` . Teken deze rechthoek en vul de coördinaten in.

c

Welke coördinaten heeft het snijpunt `S` van de diagonalen van rechthoek `ABCD` ?

Opgave 17

Neem een blad roosterpapier en teken een assenstelsel met op beide assen de waarden `text(-)8` tot en met `8` . Trek nu steeds een lijnstukje vanaf `(text(-)8,text(-)1)` naar `(text(-)8,1)` , naar `(text(-)4,4)` en `(0,4)` en `(4,0)` en `(8,text(-)2)` en `(text(-)1,3)` en `(text(-)4,3)` en `(text(-)4,0)` en `(text(-)6,0)` en `(text(-)6,1)` en `(text(-)8,1)` en `(text(-)8,text(-)1)` en `(text(-)7,text(-)2)` en `(text(-)6,text(-)1)` en `(text(-)7,text(-)1)` en `(text(-)0,0)` en `(text(-)4,0)` en `(text(-)2,text(-)1)` en `(text(-)2,text(-)2)` en `(text(-)1,text(-)2)` en `(0,text(-)1)` en `(text(-)4,0)` en `(2,text(-)2)` en `(8,text(-)2)` en `(6,text(-)2)` en `(8,text(-)4)` en `(4,text(-)2)` en `(6,text(-)8)` en `(4,text(-)6)` en `(2,text(-)2)` en trek dan de lijn iets door. Zet een dikke stip op `(text(-)7; 0,5)` .

verder | terug