Lineaire verbanden > Lineaire modellen
12345Lineaire modellen

Oefenen

Opgave 8

In dit assenstelsel staan vier grafieken van lineaire functies.

a

Stel het functievoorschrift van op.

b

Stel het functievoorschrift van op.

c

Stel het functievoorschrift van op.
Neem aan dat de grafiek door de punten en gaat.

Opgave 9

Stel een vergelijking op van de rechte lijn bij de volgende situaties .

a

gaat door de punten en .

b

gaat door de punten en .

c

heeft richtingscoëfficiënt en gaat door .

d

is de -as.

e

is de -as.

Opgave 10

Lijn gaat door de punten en en lijn gaat door de punten en . Bereken algebraïsch het snijpunt van de lijnen en .

Opgave 11

Bij een eenparige beweging beweegt een voorwerp met een constante snelheid langs een rechte baan. In de natuurkunde wordt dat aangegeven met de formule: waarin de afgelegde weg (in meters) na  seconden is.

a

Wat stelt voor?

b

Wat stelt voor?

c

Neem en voor een bepaald voorwerp. Breng de bijbehorende grafiek van in beeld.

d

Een tweede voorwerp heeft meter voorsprong en beweegt langs dezelfde baan met een snelheid van  m/s. Geef de formule die bij de beweging van dit voorwerp past en breng de bijbehorende grafiek in beeld.

e

Bereken op welk tijdstip het eerste voorwerp het tweede heeft ingehaald.

Opgave 12

Bij een eenparig versnelde beweging beweegt een voorwerp met een constante versnelling (in m/s2) langs een rechte baan. In de natuurkunde wordt dat aangegeven door: waarin de snelheid (in m/s) na  seconden is.

a

Wat stelt voor?

b

Albert weet op twee momenten de snelheid van een voorwerp. Hij weet namelijk dat het voorwerp vertrekt met een beginsnelheid van m/s en dat het voorwerp na seconden een snelheid van m/s heeft. Stel eerst de formule voor dit voorwerp op en bereken dan na hoeveel seconden het voorwerp met een snelheid van m/s beweegt.

c

Om een voorwerp met een massa van kg dat met een constante snelheid van m/s beweegt tot stilstand te brengen, wordt een bepaalde remkracht (in newton) uitgeoefend. Het voorwerp moet binnen acht seconden tot stilstand komen. Er geldt met in newton, in kg en (de versnelling) in m/s2. Bereken de grootte van de remkracht .

verder | terug