Periodieke functies > Periodieke modellen
12345Periodieke modellen

Theorie

Wanneer je een periodiek verschijnsel kunt beschrijven met een sinusoïde kun je daarbij een passend functievoorschrift maken door:

  • de evenwichtslijn te bepalen.

  • de amplitude (maximale uitwijking van de evenwichtsstand) te bepalen.

  • de periode te bepalen.

  • de horizontale verschuiving (ten opzichte van de standaardgrafiek) te bepalen.

Er zijn twee functievoorschriften mogelijk:

  • waarin

  • waarin

Let erop dat de waarden voor , en bij beide grafieken hetzelfde zijn, maar de waarden van niet. De sinus "begint" altijd op de evenwichtslijn, de cosinus op het hoogste punt. De verschuiving ten opzichte van de standaardsinus is daardoor anders dan ten opzichte van de standaardcosinus.

verder | terug