Algebra > Breuken
1234567Breuken

Verkennen

Opgave V1

Je kunt al rekenen met de breuken. Neem bijvoorbeeld 5 6 en 3 4 .

a

Bereken de som van beide breuken.

b

Bereken 5 6 - 3 4 , het verschil van deze breuken.

c

Hoeveel is het product van beide breuken?

d

Bereken het quotiënt van beide breuken, deel de grootste door de kleinste.

Opgave V2

Je kunt op dezelfde manier rekenen met breuken waarin variabelen voorkomen. Werk met de breuken 5 a en 3 b . Neem aan dat en .

a

Bereken de som van beide breuken.

b

Bereken 5 a - 3 b , het verschil van deze breuken.

c

Hoeveel is het product van beide breuken?

d

Bereken 5 a / 3 b .

e

Waarom moet je aannemen dat en ?

verder | terug