Vergelijkingen > Wortels in vergelijkingen
123456Wortels in vergelijkingen

Toepassen

Dit wordt de asc-variant.

Opgave A1

Dit wordt de asc-variant.

a

Vraag 1.

b

Vraag 2.

Opgave A2

Een automobilist vult zijn benzinetank met Euro95-benzine.
Deze benzine kost op dat moment € 1,65 per liter.

a

Waarom zijn de kosten recht evenredig met de getankte hoeveelheid benzine?

b

Waarom zijn de kosten niet recht evenredig met de hoeveelheid benzine in de tank?

c

Zijn de kosten recht evenredig met de tijd die je nodig hebt om te tanken? Leg uit waarom wel/niet.

d

Je moet € 35,20 betalen. Hoeveel liter heeft deze automobilist getankt?

e

Geef een bijpassende formule en grafiek.
Beschrijf de variabelen en eenheden die je kiest.

verder | terug