Rekenen > Kwadraten
1234567Kwadraten

Voorbeeld 2

Soms heb je met meerdere bewerkingen te maken. Het is belangrijk dat je de verschillende bewerkingen in de goede volgorde uitvoert.

Marga gaat met haar twee dochters een dagje naar een pretpark. Een entreekaartje kost € 11,50 per persoon. In het park nemen ze alle drie een reuze suikerspin van € 3,50 per stuk. Wanneer ze terug naar huis gaan moet Marga € 4,00 betalen voor de parkeerautomaat.

Marga betaalt alles voor haar dochters en haarzelf. Hoeveel heeft Marga deze dag uitgegeven?

> antwoord

`3xx(11,50+3,50)+4`

`=`

``

`3xx15+4`

`=`

``

`45+4`

`=`

`49`

Marga heeft op deze dag € 49,00 uitgegeven.

Opgave 14

Bereken.

a

`5^2+3xx6-5`

b

`(8+5^2):3+4`

c

`3xx(16-7)-6xx2^2`

d

`9xx4:2+3^2`

Opgave 15

Bereken.

a

`3^2+5xx(12-2^2)`

b

`(20-5):3+6^2`

c

`8xx5:2+9^2`

d

`4xx5^2-7xx(8-6)^2`

Opgave 16

Dirk neemt zijn drie vrienden mee naar de dierentuin. Een entreekaartje voor de dierentuin kost € 7,50 per persoon.

a

Dirk betaalt de entreekaartjes voor zijn vrienden en hemzelf. Hoeveel moet hij in totaal betalen voor de entreekaartjes van de dierentuin?

b

In de dierntuin koopt Dirk voor iedereen een entreekaartje voor de vlindertuin. De entreekaartjes van de vlinderuitn kosten € 1,75 per persoon. Hoeveel moet hij betalen voor de entreekaartjes van de vlindertuin?

c

Dirk zegt dat hij kan uitrekenen hoeveel hij in totaal moet betalen voor de entreekaartjes van de dierentuin en de vlindertuin samen met `4xx7,50+1,75` . Klopt dat?

ja

nee

d

Bereken hoeveel Dirk in totaal betaald heeft.

verder | terug