Werken met formules > Formules gebruiken
123456Formules gebruiken

Verwerken

Opgave 7

Geef van de formules aan wat ze beschrijven: een verband tussen variabelen, een rekenregel of een vergelijking die je kunt oplossen. Geef ook aan of je er een grafiek bij kunt maken.

a

`3*(2x + y) = 6x + 3y`

b

`2x-4=x+5`

c

`y = 2x^2+4`

d

`R=p*q`

Opgave 8

Een boot staat aan de top van een vlakke helling en wordt met een constante snelheid te water gelaten. De hoogte `h` (in centimeter) van de onderkant van de boot boven het water wordt gegeven door de formule `h=1500-400t` , waarbij `t` de tijd in minuten is. Het laagste punt van de helling ligt onder water.

a

Teken de grafiek bij de formule.

b

Na hoeveel tijd (in seconden nauwkeurig) raakt de onderkant van de boot net het water?

c

De boot ligt na `4,5` minuten volledig in het water. Hoeveel centimeter ligt de onderkant van de boot dan onder water?

Opgave 9

Voor een telefoonabonnement wordt de formule `K=0,08+24/a` gebruikt, waarbij `a` het aantal belminuten per maand is en `K` de totale kosten in euro per belminuut.

a

Wat zijn de vaste kosten en wat zijn de kosten die je voor elke gebelde minuut moet betalen?

b

Teken deze grafiek bij de formule. Neem een maximum van `200`  belminuten.

c

Bij hoeveel belminuten betaal je `12` eurocent per minuut?

Opgave 10

Een elektrische weerstand wordt aangesloten op een spanning van `200` Volt. Met behulp van een ampèremeter kun je de stroomsterkte meten. Voor deze situatie geldt de wet van Ohm: `U=I*R` waarin `U` de spanning in V (Volt), `I` de stroomsterkte in A (Ampère) en `R` de weerstand in Ω (Ohm).

a

Bij een spanning van `200` Volt beschrijft de wet van Ohm het verband tussen `I` en `R` . Welke formule hoort daar bij? En welke eenheden horen bij deze formule?

b

Teken de grafiek bij deze formule. Zet `R` op de horizontale as.

c

Welke stroomsterkte wordt er gemeten als `R = 15` ?

Opgave 11

Voor de inhoud `I` van een balk met hoogte `4` centimeter geldt de formule `I=4*l*b` , waarbij `l` de lengte en `b` de breedte van de balk is.

a

In welke eenheid moet `I` worden uitgedrukt als de lengte en breedte in centimeters zijn?

b

Welke grootheden komen er in de formule voor?

c

Stel dat je zo'n balk hebt met een inhoud van `64` cm3.
Welke formule hoort hier bij? Teken ook de grafiek bij de formule, waarbij `l` op de horizontale as komt.

d

Teken in de grafiek die je bij c hebt getekend ook de lijn `b=l` . Deze lijn snijdt de grafiek van b, wat betekent dit snijpunt voor de balk?

verder | terug