Statistiek > Diagrammen gebruiken
123456Diagrammen gebruiken

Uitleg

Een diagram is een grafische voorstelling van de (relatieve) frequenties van een statistische variabele.

Dit beelddiagram laat de frequenties van de kwalitatieve variabele vervoersmiddel zien. Deze variabele zie je verder nog in de vorm van een staafdiagram en een cirkeldiagram. Bij het maken van een cirkeldiagram reken je de frequenties om naar een sectorhoek. Dat doe je door de relatieve frequentie te vermenigvuldigen met `360` °.

staafdiagram

cirkeldiagram

Een histogram is een bijzonder staafdiagram. Je gebruikt het histogram alleen voor een continue kwantitatieve variabele. Bijvoorbeeld bij de lengtes van meisjes uit 4 havo. De horizontale as is dan een getallenlijn.

Een lijndiagram of frequentiepolygoon (polygoon = veelhoekig) ontstaat door in een histogram de middens van de bovenkanten van de staven te verbinden met lijnstukken en daarna de staven te verwijderen.

Een cumulatief frequentiepolygoon ontstaat uit een histogram van somfrequenties. Daarvoor verbind je de rechterbovenkanten van de staven.

Bij een diagram van een continue variabele en bij een diagram met een klassenindeling zet je de klassengrenzen links en rechts van de punt of de staaf. Anders (dus bij een discrete variabele zonder klassenindeling) staan de waarnemingsgetallen midden onder de punten of staven.

Opgave 1

Bekijk in de uitleg de drie verschillende soorten diagrammen met de manier waarop jullie naar school gaan.

a

Maak met het beelddiagram een frequentietabel.

b

Maak bij de frequentietabel een kolom met relatieve frequenties.

c

Maak een staafdiagram en een frequentiepolygoon met relatieve frequenties.

d

Bereken de sectorhoeken van het cirkeldiagram.

e

Welk voordeel hebben relatieve frequenties boven absolute frequenties?

f

Doe zelf een onderzoekje naar de manier waarop je klasgenoten naar school gaan.

Opgave 2

Bekijk het frequentiepolygoon van de lengtes van negentig meisjes in de uitleg.

a

Welke klassenindeling is gebruikt?

b

Hoe kun je deze frequentiepolygoon omzetten naar een histogram?

c

Hoe maak je een cumulatieve frequentiepolygoon?

Je vindt de gegevens uit de tabel in het bestand Lengtes van 90 meisjes.

lengte (m) abs. frequentie rel. frequentie (%)
`1,50 - lt 1,55` `4` `4,4`
`1,55 - lt 1,60` `10` `11,1`
`1,60 - lt 1,65` `12` `13,3`
`1,65 - lt 1,70` `25` `27,8`
`1,70 - lt 1,75` `16` `17,8`
`1,75 - lt 1,80` `11` `12,2`
`1,80 - lt 1,85` `7` `7,8`
`1,85 - lt 1,90` `4` `4,4`
`1,90 - lt 1,95` `1` `1,1`
totaal `90` `100`
d

Maak een frequentiepolygoon.

e

Maak een cumulatief histogram.

Opgave 3

Diagrammen worden weleens verkeerd gebruikt.

Je ziet een lijndiagram van de manier waarop jouw klasgenoten naar school gaan. Je hebt te maken met de kwalitatieve variabele vervoersmiddel. Vind je dat het lijndiagram hier zinvol is gebruikt?

verder | terug