Statistiek > Uitspraken doen
123456Uitspraken doen

Voorbeeld 3

Voorbeelden van misleidingen.

Belgen spreken langzamer dan Nederlanders
De schok was groot toen uit een artikel in Onze Taal bleek dat Belgen beduidend langzamer praten dan Nederlanders. In de Randstad haalt men 5,42 lettergrepen per seconde, in Oost-Vlaanderen slechts 4,43. Sommige mensen gingen het meteen controleren. De spreeksnelheid van 21 miljoen Nederlandssprekenden werd bepaald door maar liefst 160 leraren en leraressen een stukje te laten opzeggen. Er waren acht groepen, dus twintig sprekers per groep. En dan werd ook nog gerapporteerd over het verschil tussen jong en oud, man en vrouw. Eén oude Antwerpse stotteraarster, en de achterstand is hopeloos. Onderzoeker Guy De Pauw maakte het allemaal nog erger door een dag later te verklaren dat de verschillen niet significant waren. Alsof dat er nog toe doet, met zo'n streekproef.

bron: vanmaanen.org, 2004, artikel Onze Taal, Hans van Maanen, wetenschapsjournalist

Vitalinea misleidt consument
In de nieuwe reclamespots voor het aanprijzen van Vitalinea van Danone gebruiken de reclame boys wel heel trieste, misleidende statistieken, waar de fouten zo van afdruipen. De reclame claimt dat "Tijdens een studie bij 400 Belgen, is gebleken dat `80` % van de deelnemers gemiddeld 3,6 kilogram afvalt." Misschien valt je frank niet direct, maar deze statistiek wil helemaal niks zeggen. Waarom geven de onderzoekers het gemiddelde gewichtsverlies van slechts 80% van de deelnemers? Waarom niet van de volle 100%? Waar zijn de statistieken van die andere 20% deelnemers plots heen? Wat mij betreft zijn deze 20% mensen die niet meegeteld zijn allemaal 30 kilogram bijgekomen door het eten van Vitalinea, en komt het gemiddelde dus uit op een gewichtstoename bij het eten van Vitalinea. Het enige dat ik kan concluderen van de reclame, is dat als je wil vermageren, Vitalinea niet het goede product is. Simpele logica.

bron: anthony.liekens.net, 2005, Anthony Liekens

Opgave 9

In het voorbeeld zie je hoe slordige statistieken je kunnen misleiden en/of hoe soms slordige conclusies worden getrokken. Geef bij elk van de voorbeelden kort commentaar.

Opgave 10
netto weekloon (€) aantal werknemers
`400 - < 450` `2`
`450 - < 500` `3`
`500 - < 550` `4`
`550 - < 600` `8`
`600 - < 650` `3`
`650 - < 700` `2`
`700 - < 750` `2`
`750 - < 800` `1`

Een bedrijf heeft `25` werknemers in vaste dienst met een volledige werkweek. De nettoweeklonen van deze werknemers zijn verwerkt in de frequentietabel.

a

Bepaal het gemiddelde en de standaardafwijking van deze verdeling.

b

Maak bij de frequentietabel een relatieve cumulatieve frequentietabel en teken de bijbehorende kleiner-gelijk-kromme (cumulatieve frequentiepolygoon).

c

Gebruik de kleiner-gelijk-kromme om het gemiddelde af te lezen. Geef aan hoe je dat doet.

d

Bepaal met behulp van de kleiner-gelijk-kromme de standaardafwijking. Geef aan hoe je dat doet. Vergelijk je antwoord met dat bij a.

e

Hoeveel procent van alle weeklonen wijkt meer dan twee standaarddeviaties af van het gemiddelde? Klopt dit met de vuistregels voor een normale verdeling?

verder | terug