Kansrekenen > Kansen optellen/aftrekken
123456Kansen optellen/aftrekken

Testen

Opgave 18

Een spel kaarten bevat van elk van de vier "kleuren" alleen de kaarten 7, 8, 9, 10, boer, vrouw, heer en aas. Totaal `32` kaarten. Beantwoord de vragen zowel door tellen van gunstige mogelijkheden als door gebruik van de somregel.

a

Wat is de kans dat een uit zo'n spel getrokken kaart een ruiten of een plaatje is?

b

Wat is de kans dat een uit zo'n spel getrokken kaart een harten of een `9` of een `10` is?

c

Wat is de kans dat een uit zo'n spel getrokken kaart een 9 of een 10 is of geen harten?

Opgave 19

In een vaas zitten `9` balletjes, `3` rode, `3` blauwe en `3` gele. Ze zijn ook genummerd, van elke kleur draagt één balletje nummer 1, één balletje nummer 2 en één balletje nummer 3. Er wordt aselect een balletje getrokken. Bepaal de kans.

a

Het balletje is niet rood.

b

Het balletje is rood of heeft nummer 2.

c

Het balletje is niet blauw of heeft niet nummer 3

Opgave 20

Een bestuur van `25` personen bestaat uit oprichters, oplichters en opzichters. Sommige leden hebben meer dan één van die kwaliteiten. Er zijn `10` oprichters, `11` oplichters en `15` opzichters. `1` persoon is zowel oprichter als oplichter en opzichter. `3` zijn oprichter en oplichter (en misschien ook opzichter) en `4` zijn oprichter en opzichter (en misschien oplichter).

a

Maak op grond van deze gegevens een Venndiagram.

b

Wat is de kans dat een willekeurig bestuurslid keurig is (geen oplichter)?

c

Wat is de kans dat een willekeurig bestuurslid oprichter is? Dat hij oplichter is? Dat hij beide is?

d

Bepaal de kans dat een willekeurig bestuurslid oprichter of oplichter is.

e

De kans dat een bestuurslid oprichter, oplichter of opzichter is, is natuurlijk `1` . Iemand zegt: "Die kans moet de kans zijn dat hij oprichter of oplichter is, plus de kans dat hij opzichter is." Redeneren helpt niet, dus toon hem dat zijn resultaat niet goed kan zijn en vertel hem dan hoe het wel moet.

verder | terug