Kansrekenen > Kansen vermenigvuldigen
123456Kansen vermenigvuldigen

Antwoorden van de opgaven

Opgave V1
a

`12/2652 =1/221`

b

`29/884`

Opgave 1
a

Er wordt niet teruggelegd, dus bij de tweede trekking zijn er minder kaarten in het spel.

b

`13/204`

c

`13/102`

d

De kans op een gebeurtenis als deze kans afhankelijk is van een vorige gebeurtenis.

e

`13/51`

f

`8/663`

Opgave 2
a

`4/25`

b

`9/25`

c

Hier wordt steeds teruggelegd.

Opgave 3
a

`2/15`

b

`1/3`

c

`1/3`

d

Het zijn allebei knikkers van de tweede trekking: de ene gebeurtenis kan daarom nooit vooraf gaan aan de andere.

Opgave 4
a

`7,4 * 10^(text(-)21)`

b

`4,7 * 10^-7`

Opgave 5

`2/5`

Opgave 6
a

`1/3`

b

`4/9`

Opgave 7
a

`7/228`

b

`4/9`

c

`14/285`

d

`91 / 380`

e

`14/57`

Opgave 8
a

`0,4975`

b

`~~ 0,0002`

Opgave 9
a

`34` %

b

`6,75` %

c

`8,25` %

d

Bloedgroep AB en Rh-negatief.

Opgave 10
a

`47,4` %

b

`7,8` %

c

`9/58`

d

`3/58`

e

`6/61`

Opgave 12
a

`1/7`

b

`2/7`

Opgave 13
a

Deze kans is gelijk aan `51,8` % en dat is groter dan `50` %

b

Deze kans is gelijk aan `49,1` % en dat is kleiner dan `50` %.

c

Na minstens `25` keer gooien.

Opgave 14
a

`1/210`

b

`1/210`

c

`1/70`

d

Je hebt dan telkens van alle vier de cijfers één kaartje nodig.

e

`text(P)( T = 34 | E = 12) = 3/14`

`text(P)( T = 12 | E = 34) = 1/28`

f

`1/10`

g

`1/10`

h

`text(P)(text(derde gemerkt)) = text(P)(text(eerste ongemerkt en tweede ongemerkt en derde gemerkt en vierde ongemerkt)) = 9/10 * 8/9 * 1/8 * 7/7 = 1/10`

i

`text(P)(text(getal begint met een 3)) = 3/10`

`text(P)(text(getal eindigt met een 3)) = 3/10`

`text(P)(text(begint en eindigt met een 3)) = 1/15 `

Opgave 15
a

`1/3`

b

`2/3`

Opgave 16

`5/62 ~~ 0,081`

Opgave 17

`50` %

Opgave 18
a

`1/6`

b

`1/3` en `2/5`

c

`3/4`

Opgave 19
a

`0,1992`

b

`0,2161`

c

`0,5607`

Opgave 20
a

`0,006`

b

`0,392`

c

`0,014`

d

`4/7`

verder | terug