Verbanden en verschillen > Verschil kwantitatieve variabelen
1234Verschil kwantitatieve variabelen

Voorbeeld 1

Bij lampen wordt onderzoek gedaan naar het aantal branduren. Bekijk de boxplots van de brandduur van lampen in uren. Deze laten het resultaat van steekproeven van vier typen lampen zien.

Vergelijk de brandduur van type A met de andere drie typen en doe een uitspraak over deze verschillen op basis van de vuistregels voor verschillen tussen boxplots.

> antwoord

Voor het verschil in brandduur geldt:

  • Het verschil tussen A en B is gering, want de boxen overlappen en er ligt geen mediaan buiten de andere box.

  • Het verschil tussen A en C is middelmatig, want de boxen overlappen en een mediaan (zelfs beide) ligt buiten de andere boxen.

  • Het verschil tussen A en D is groot, want de boxen overlappen niet.

Opgave 8

Gebruik de boxplots uit het voorbeeld. Trek alle overige mogelijke conclusies met de afspraken betreffende de boxplots.

Opgave 9

Gebruik de boxplots uit het voorbeeld.

a

Naar een vijfde type lamp, type E, is ook onderzoek gedaan. In de steekproef zaten alleen lampen met een levensduur van meer dan `3000` uur.

Kun je met `100` % zekerheid concluderen dat elke lamp van type E langer brandt dan de lampen van type A? Licht je antwoord toe.

b

Als de steekproefomvang groter wordt gemaakt, welke invloed heeft dat dan op de conclusie?

c

Hoeveel procent van de lampen van type A gaat langer mee dan de lamp van type D met de kortste brandtijd?

verder | terug