Verbanden en verschillen > Verschil kwantitatieve variabelen
1234Verschil kwantitatieve variabelen

Testen

Opgave 21

Vier stranden zijn vergeleken voor een strandvakantie in juli. De hoogste temperaturen op de stranden zijn dagelijks gemeten en in een boxplot verwerkt. De temperaturen staan in graden Fahrenheit. `95` graden Fahrenheit is `35` graden Celsius en `70` graden Fahrenheit is `21,11` graden Celsius.

Bron: http://mrburkemath.blogspot.nl/2015/05/january-2015-common-core-algebra.html

a

Vergelijk de vier boxplots. Doe een uitspraak over elke van de vier bestemmingen en gebruik de begrippen mediaan, minimale en maximale temperatuur.

b

Is er veel verschil tussen Ocean Beach en Serene Shores? En tussen Ocean Beach en Pelican Beach?

c

Je zoekt een bestemming waar het vaak warm weer is en waar de kans op kil weer niet zo groot is. Welke van deze vier stranden voldoet daar het best aan? Motiveer je antwoord.

Opgave 22

De diameters van machinaal geproduceerde bouten en de bijbehorende moeren zijn normaal verdeeld: de diameter van de moer is normaal verdeeld met een gemiddelde van `8,10` mm en een standaarddeviatie van `0,05` mm. De diameter van de bout is normaal verdeeld met een gemiddelde van `8,05` mm en een standaardafwijking van `0,03` mm. De bouten passen in de moeren als het verschil in diameter van de moer en de bout minder dan `0,02` mm is. Er wordt regelmatig gecontroleerd of de machines die deze bouten en moeren maken niet moeten worden bijgesteld, omdat te veel moeren niet op de bouten passen. Wekelijks wordt een steekproef van `100` bouten en moeren getest.

a

Waarom is hier sprake van een tweezijdige toets?

b

Stel de nulhypothese en de alternatieve hypothese op.

c

Welke standaardafwijking moet er worden gehanteerd? Waarom speelt nu ook de wortel-n-wet ( `sqrt(n)` -wet ) een rol?

d

Voer de toets uit met een significantieniveau van `5` %. Bij welk gemiddelde verschil in de steekproef worden de machines bijgesteld?

Opgave 23

In een laboratorium worden twee geneesmiddelen voor dezelfde ziekte getest op muizen die men kunstmatig aan deze ziekte laat lijden. Ze worden met één van beide middelen behandeld.
Elke dag wordt bijgehouden hoeveel dieren er genezen zijn. De helft van de muizen kreeg geneesmiddel A toegediend, de andere helft geneesmiddel B.
De resultaten staan in deze tabel.

dagnummer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20
middel A 2 5 4 6 3 3 6 3 2 2 2 4 6 9 4 2 3 2 4 9
middel B 3 8 6 9 2 4 8 5 5 2 5 5 3 11 8 4 5 0 5 1

Onderzoekers in dit laboratorium toetsen de mening dat beide middelen even goed werken met een onbetrouwbaarheidsdrempel van `5` %. Er wordt een tekentoets uitgevoerd.

a

Stel een nulhypothese en een alternatieve hypothese op.

b

Stel vast of beide middelen op grond van de resultaten in deze test inderdaad even goed werken binnen de gegeven betrouwbaarheidseis.

verder | terug