Verbanden en verschillen > Verschil kwantitatieve variabelen
1234Verschil kwantitatieve variabelen

Theorie

Twee populaties vergelijken op basis van een kwantitatieve variabele kan op meerdere manieren waarvan er hier drie benoemd worden.


Boxplots vergelijken
Dit ligt voor de hand als beide populaties klein zijn of als de steekproeven uit beide populaties klein zijn. De boxplots plaats je boven of naast één getallenlijn zodat de verschillen meteen te zien zijn.

Daarbij gebruik je de volgende vuistregels:

  • Als de boxen elkaar niet overlappen, dan is "het verschil groot."

  • Als de boxen elkaar wel overlappen en minstens één mediaan buiten de box van de andere boxplot ligt, dan is "het verschil middelmatig" .

  • In alle andere gevallen "is het verschil gering" .


Tekentoets uitvoeren (hypothesetoets op proporties)
Deze toets gebruik je als je twee gepaarde populaties wilt vergelijken, dat wil zeggen als van elk element in de ene populatie een daarbij horend element in de andere populatie bestaat.

Met tekens (bijvoorbeeld , en ) geef je bij ieder paar waarnemingen aan hoe en of dit paar waarnemingen van elkaar verschilt.

Met een hypothesetoets op proporties met : ( "er is geen verschil" ) kan dan worden getoetst op een vooraf bepaald significantieniveau.
Gebruik bij het toetsen als waarde voor steekproeflengte het totale aantal en (verwijder de waarnemingen met uit de set waarnemingen).


Verschiltoets voor gemiddelden uitvoeren
Deze toets kun je gebruiken bij twee normaal verdeelde populaties en waarvan de populatiestandaardafwijkingen en bekend zijn.

Van beide populaties trek je een grote steekproef. De beide steekproeflengtes en mogen verschillend zijn. Het significantieniveau van de toets moet vooraf vastgesteld zijn.

Als toetsvariabele gebruik je het verschil , met en .

Je toetst altijd : ( "er is geen verschil" ).

verder | terug