Lineair programmeren > Stelsels
12345Stelsels

Verkennen

Opgave V1

In een klein theater zijn twee soorten plaatsen: zaal en balkon. Voor een bepaalde voorstelling kost een zaalplaats € 12,50 en een balkonplaats € 15,00. Er worden die avond 82 kaarten verkocht met een totale opbrengst van € 1080,00. Hoeveel mensen hadden een balkonplaats?

a

Welke variabelen zijn er?

b

Welke vergelijkingen kun je hierbij opstellen?

c

Hoe kun je nu de vraag beantwoorden?

verder | terug