Differentieerregels > Differentieerbaarheid
1234567Differentieerbaarheid

Toepassen

Opgave 13Startende fietser
Startende fietser

Een fietser versnelt de eerste vijf seconden met een versnelling van m/s2 en rijdt daarna met een constante snelheid verder.

Voor zijn afgelegde weg geldt

a

Laat zien, dat de grafiek van aaneengesloten is.

b

Laat zien, dat ook de grafiek van de snelheid aaneengesloten is.

c

En hoe ziet de grafiek van de versnelling er uit?
Hoe merkt de fietser dat?

verder | terug