Analytische meetkunde > Snijden en raken
123456Snijden en raken

Verwerken

Opgave 18

Bereken de snijpunten. Rond af op twee decimalen.

a

lijn `l:x+y=6` en cirkel `c_1: (x-1) ^2 + (y-1) ^2 =10`

b

lijn `m:5 x-2 y=10` en lijn `k:2 x=12 -3 y`

c

cirkel   `c_1: (x-1) ^2 + (y-1) ^2 =10`   en cirkel   `c_2: x^2+y^2=6`

Opgave 19

Voor welke waarde van `a` hebben de lijnen `ax+4 y=10` en `2 x=y+6` geen snijpunt?

Opgave 20

Gegeven is cirkel `c` met middelpunt `M(2, 1 )` en straal `4` en lijn `l` die door de punten `(0 , 3 )` en `(5 , 0 )` gaat. Bereken de afstand tussen de snijpunten van `l` en  `c` . Rond af op één decimaal.

Opgave 21

Gegeven is de cirkel `c` met vergelijking `x^2 + y^2 - 6x + 5 = 0` .

a

Bepaal het middelpunt en de straal van de cirkel.

b

Er zijn twee lijnen met vergelijkingen van de vorm `y = ax` die `c` raken. Bereken `a` .

c

Er zijn twee lijnen met vergelijkingen van de vorm `y = x + b` die `c` raken. Bereken `b` .

Opgave 22

Stel een vergelijking op van de cirkel met middelpunt `M(7, 4)` die de lijn `l:x+y=2` raakt.

Opgave 23

Gegeven is een cirkel `c: x^2+y^2=25` en lijn `l:4x+3y=0` .

Stel de vergelijking op van de twee raaklijnen aan `c` evenwijdig met `l` .

verder | terug