Vectoren en goniometrie > Vectoren
123456Vectoren

Verwerken

Opgave 9

Een vector heeft een gegeven lengte en een gegeven richtingshoek ten opzichte van de positieve -as. Bepaal de -component en de -component, in één decimaal nauwkeurig.

a

en

b

en

c

en

d

en

Opgave 10

Gegeven is telkens een vector door zijn - en -componenten. Bereken de lengte en de richtingshoek van deze vector. Geef de lengte exact, rond de hoek af op één decimaal.

a

b

c

d

Opgave 11

Gegeven is en punt met . Voor een ander punt geldt . De richtingshoek van ten opzichte van de -as tegen de klok in is . Bepaal de coördinaten van punt en rond af op één decimaal.

Opgave 12

Gegeven zijn de vectoren:
, , , , en .

Bepaal de kentallen van de vectoren.

a

b

c

d

Opgave 13

Een lorrie is een karretje dat op rails loopt. Twee personen trekken een lorrie met dezelfde kracht van 8 N elk aan een touw.

a

Met welke kracht trekken beide personen samen aan het karretje in de rechter richting? Geef je antwoord in twee decimalen nauwkeurig.

b

Beantwoord dezelfde vraag als de ene persoon trekt met een kracht van 8 N en de andere met een kracht van 6 N. De hoeken blijven gelijk. Geef je antwoord in twee decimalen nauwkeurig.

Opgave 14

Gegeven is een vierhoek met hoekpunten , , en . Punt is het snijpunt van de diagonalen van .

a

Bepaal de componenten van de vectoren en . Toon met behulp van deze twee vectoren aan dat vierhoek een parallellogram is.

b

Bereken de hoek tussen vectoren en .

verder | terug