Parametervoorstellingen > Lijnen en cirkels
123456Lijnen en cirkels

Practicum

Met de grafische rekenmachine kun je cirkels tekenen als ze zijn gegeven door een parametervoorstelling. In dit practicum kun je nalezen hoe dat gaat.

Wil je een cirkel ook echt als cirkel zien, dan moet je op beide assen dezelfde eenheid gebruiken.

Het is meestal mooier om met GeoGebra te werken als je cirkels en lijnen in beeld wilt brengen. Op deze site kun je met GeoGebra leren werken via Hulpmiddelen > Practica > GeoGebra.
Een parametervoorstelling voer je in door in de invoerbalk eerst t=0 te typen, je krijgt dan een variabele `t` die je (klikken met de rechter muisknop en "Object tonen" kiezen) als schuifbalk kunt laten zien.
Vervolgens typ je op de invoerbalk bijvoorbeeld P=(4*cos(t),4*sin(t)) en je krijgt een punt `P` dat gaat bewegen zodra je `t` verschuift. De gewenste waarden voor `t` kun je instellen (rechter muisknop, "Eigenschappen" ).
Wil je de cirkel meteen in zijn geheel zien, dan maak je GEEN schuifbalk voor `t` , maar voer je in: Kromme[4*cos(t),4*sin(t),t,0,2*pi].
In plaats van t kun je ook een andere letter kiezen, als hij maar niet bij een schuifbalk hoort.

verder | terug