Statistische methoden > Statistisch onderzoek
1234567Statistisch onderzoek

Uitleg

Als je kenmerken van een groep mensen of een groep voorwerpen wilt leren kennen, ben je bezig met statistisch onderzoek. Een statistisch onderzoek doorloopt in principe altijd de zogenoemde statistische cyclus.

De eerste stap van de statistische cyclus is het formuleren van een onderzoeksvraag.

Vervolgens moeten er antwoorden (data) op die vraag worden verzameld. Het is vaak onmogelijk of te duur om de volledige groep, de populatie, te onderzoeken. Je neemt dan een steekproef die een weerspiegeling van de populatie moet zijn. Een steekproef lijkt in de volgende gevallen op de populatie:

  • De steekproef moet representatief zijn. Dit betekent dat alle verschillende elementen van de steekproef in verhouding even vaak in de steekproef moeten voorkomen als in de populatie.

  • De steekproef moet ook aselect (willekeurig) zijn. Elk element uit de populatie moet een even grote kans hebben om voor de steekproef gekozen te worden.

  • De steekproefomvang moet voldoende groot zijn. Bij een te kleine steekproef zullen de resultaten te veel van toevallige factoren afhankelijk zijn.

Als de gegevens zijn verzameld, moeten ze worden geordend. Dat ordenen gebeurt in tabellen, diagrammen en grafieken. Vervolgens moeten deze gegevens worden geanalyseerd. Daar zijn afhankelijk van het soort gegevens verschillende methoden voor. Uit de analyses van de gegevens kunnen uiteindelijk bepaalde uitspraken over bijvoorbeeld gemiddeldes, waarschijnlijkheid en verwachtingen worden gedaan. Deze uitspraken kunnen eventueel weer worden getoetst en daarbij doorloop je de statistische cyclus nogmaals.

Opgave 1

In welke gevallen is er sprake van een aselecte steekproef? Licht je antwoord toe.

  • Je selecteert tien Deventernaren door uit het bevolkingsregister van Deventer de eerste tien namen te nemen die met de letter H beginnen.

  • Je kiest een provincie in Nederland door deze geblinddoekt op een kaart van Nederland aan te wijzen.

  • Je kiest vijf havo 4-leerlingen door uit een zak met dichtgevouwen lootjes met alle achternamen van leerlingen uit 4 havo zonder kijken de eerste vijf te halen.

Opgave 2

Enkele manieren om data te verwerven zijn weergegeven. In een aantal van die gevallen is de gebruikte methode niet geschikt. Leg telkens uit waarom niet.
Gebruik indien mogelijk de termen aselect en/of representatief.

a

Het CBS houdt een enquête over onderwijs op een school voor volwassenenonderwijs.

b

Het CBS houdt een enquête over politieke voorkeuren in Nederland. Hiertoe vragen onderzoekers een maand voor de Tweede Kamerverkiezingen in Noord-Brabant aan mensen op straat wat ze gaan stemmen.

c

Het CBS houdt in honderd winkelcentra in Nederland een enquête over hoe mensen aankopen doen. Is dit de juiste doelgroep?

verder | terug