Statistische methoden > Resultaten vergelijken
1234567Resultaten vergelijken

Verwerken

Opgave 13

In januari 2008 verscheen in de "NRC" een artikel over de becijfering van een tentamen Recht. In de figuur is de verdeling van de cijfers voor dat tentamen weergegeven.

Uit de gegevens volgt dat het gemiddelde van de tentamencijfers was en de standaardafwijking .

Bereken zelf het gemiddelde en de standaardafwijking. Rond je antwoord af op twee decimalen.

bron: examen wiskunde A, 2012 - I

Opgave 14

Neem de waarnemingsgetallen 16, 18, 22, 24, 26, 26, 28, 30 en 36.

a

Teken een boxplot.

b

Teken een boxplot als je bij alle getallen 4 optelt.

c

Teken een boxplot als je van alle getallen 40 aftrekt.

d

Teken een boxplot als als je alle getallen door 2 deelt.

e

Welk resultaat krijg je als je alle getallen met 3 vermenigvuldigt?

f

Beschrijf wat er met de boxplot gebeurt als bij alle waarnemingsgetallen een getal wordt opgeteld of ervan afgetrokken wordt.

g

Beschrijf wat er met de boxplot gebeurt als alle waarnemingsgetallen met een getal worden vermenigvuldigd of door een getal worden gedeeld.

Opgave 15
lengte regenworm (cm) aantal

Voor een practicum biologie worden regenwormen gevangen. De lengte van die regenwormen is weergegeven in de tabel.

a

Kijk naar de manier waarop de klassen zijn gemaakt. Hoe nauwkeurig zijn de regenwormen gemeten? Bij welke klasse hoort een regenworm die centimeter lang is?

b

Welke klasse is de modale klasse?

c

Teken een histogram van de cumulatieve relatieve frequenties. Teken in dezelfde figuur de cumulatieve relatieve frequentiepolygoon.

d

In welke klasse zit de mediaan? Kun je precies zeggen hoe groot die mediaan is? Schat de mediaan met behulp van de cumulatieve frequentiepolygoon.

e

Bereken het gemiddelde en de standaardafwijking.

Opgave 16

De cijfers voor een toets wiskunde van dertig leerlingen worden voor alle leerlingen met 0,5 verhoogd. De cijfers hebben in de oude situatie een gemiddelde van 5,3 en een standaardafwijking van 1,2.
Bereken het gemiddelde en de standaardafwijking van de cijfers wiskunde na de verhoging.

Opgave 17

Een supermarkt doet onderzoek naar de besteding per klant en naar de hoeveelheid tijd die een klant aan de kassa nodig heeft om af te rekenen. Er worden op verschillende tijdstippen tellingen gehouden. Bekijk de resultaten.

kassatijd (min) aantal klanten
kassabon (€) aantal klanten
a

Bepaal met behulp van beide tabellen de modale klasse, de mediaan, het eerste en het derde kwartiel en het gemiddelde.

b

Bepaal de standaardafwijking bij beide verdelingen.

c

Teken bij beide tabellen een boxplot.

d

De supermarkt heeft een weekomzet van € . Een caissière mag 38 uur per week werken. Hoeveel caissières moet de supermarkt in dienst nemen als er vanwege de wisselende winkeldrukte een overcapaciteit van 25% wordt aangehouden?

Opgave 18

Op elk uur van een dag is de temperatuur bepaald. De uren van middernacht tot 12 uur 's middags worden aangegeven met a.m. (het Latijnse "ante meridiem" (a.m.) betekent "voor het middaguur" ), en de uren van 12 uur 's middags tot middernacht met p.m. ( "post meridiem" (p.m.)).

uur

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

a.m.

16,1

15,8

15,4

15,1

14,8

15,0

16,1

17,4

18,5

19,4

20,3

21,1

p.m.

21,9

22,6

22,7

22,5

21,9

21,0

19,8

18,8

18,1

17,5

17,0

16,6

a

Maak boxplots van elk dagdeel afzonderlijk en van de totale dag.

b

Bereken voor beide dagdelen afzonderlijk het gemiddelde en de standaardafwijking.

c

Bereken het gemiddelde en de standaardafwijking van alle metingen van die dag en geef een verklaring voor de verschillen die je vindt.

Opgave 19

Bekijk de relatieve cumulatieve frequentiepolygoon met de gewichten van een groep van 84 meisjes met de bijbehorende boxplot.

  • Het gemiddelde gewicht is 56,8 kilogram.

  • De modus van het gewicht is 55 kilogram.

Ook de gewichten van een vergelijkbare groep jongens zijn bekend. Bekijk het bijbehorende histogram.

Om beide groepen afzonderlijk te bestuderen en onderling te kunnen vergelijken, moet je nog een aantal gegevens berekenen en diagrammen maken. Bedenk eerst goed welke gegevens en diagrammen je nog nodig hebt.

Bereken alle maten en maak de diagrammen. Beschrijf de opbouw van de meisjesgewichten en de jongensgewichten afzonderlijk en ook in vergelijking met elkaar. Doe dat op basis van alle maatgegevens en diagrammen en verwijs waar nodig in je argumentatie. Beargumenteer ook waarom jezelf de uitschieters juist wel of niet in de boxplots zou verwerken.

verder | terug