Statistisch onderzoek > De data analyseren
1234De data analyseren

Antwoorden van de opgaven

Opgave V1
a

Een frequentietabel om overzicht te krijgen hoe vaak van een statistische variabele verschillende waarden, klassen of categoriëen voorkomen.

Een kruistabel om statistische variabelen te vergelijken.

b

Beelddiagram: als je van een kwalitatieve variabele de frequenties in beeld wilt brengen.

Staafdiagram en lijndiagram: als je van een kwalitatieve variabele de frequenties in beeld wilt brengen.

Cirkeldiagram: als je van een kwalitatieve variabele de frequenties in beeld wilt brengen.

Histogram en frequentiepolygoon: als je van een kwantitatieve variabele de frequenties in beeld wilt brengen; maak alle klassen even breed.

Boxlot: als je van een kwantitatieve variabele de waarden in vier kwarten wilt verdelen om ze te kunnen vergelijken met eenzelfde kwantitatieve variabele van een andere deelgroep.

Puntenwolk (spreidingsdiagram): als je tussen twee statistische variabelen een verband zoekt.

En dan zijn er ook nog wel een aantal speciale diagrammen, zoals het steelbladdiagram, het gestapelde staafdiagram, etc.

Opgave 1
a

Een histogram is een staafdiagram dat specifiek wordt gebruikt voor een continue variabele. De klassen maak je even breed en ze zijn aaneengesloten.

b

Eerst sorteren op de kolom M/V en dan frequentietabellen maken. Bekijk het practicum Data presenteren en vergelijken als je niet meer weet hoe dit moet.

c

Anders kun je beide histogrammen niet vergelijken.

d

Wel ongeveer, hoewel de werkelijke verdeling ietwat scheef is met een betrekkelijk lange staart. Je zou kunnen besluiten om die extreem lange tijden weg te laten.

Nauwkeuriger is het om een cumulatieve relatieve frequentieverdeling te maken en die op normaal waarschijnlijkheidspapier tegen de bovengrenzen van de intervallen uit te zetten.

Opgave 2
a

Doen. In de 2016 versie van Excel zit bij "Grafieken" ook de mogelijkheid om boxplots te maken via "box-and-whiskers" maar dat werkt niet goed met dergelijke hele grote databestanden. Bekijk in het practicum Data presenteren en vergelijken hoe dit wel lukt.

b

Nee, er is behoorlijk veel overlap van de boxplots. Zie verder het volgende onderdeel.

Opgave 3
a

Als je niet meer weet hoe je frequentietabellen maakt, ga dan naar het practicum Data presenteren en vergelijken.

b

Bekijk eventueel weer eerst het genoemde practicum.

Opgave 4
a
  • "Vinden mannen veiligheid belangrijker dan vrouwen?"

    Een kruistabel maken waarin je horizontaal de 0,1 van Veiligheid uitzet tegen verticaal de M,V van Geslacht. En dan proberen een conclusie te trekken.

  • "Is er verschil in stemgedrag tussen mannen en vrouwen?"

    Neem bijvoorbeeld de variabele "Gestemd_2010" en maak een staafdiagram van de percentages stemmen op de verschillende partijen van mannen en vrouwen afzonderlijk.

  • "Is er verband tussen jezelf plaatsen op de 1 - 10 schaal Links/Rechts en jezelf plaatsen op de 1 - 10 schaal Conservatief/Progressief?"

    Maak een kruistabel van deze variabelen.

  • "Stemmen mensen die "Zorg" een belangrijk onderwerp vinden anders dan mensen die dit niet doen?"

    Neem bijvoorbeeld de variabele "Ga_stemmen_op" en maak een staafdiagram van de percentages stemmen op de verschillende partijen van mensen die zorg wel en mensen die zorg niet belangrijk vinden afzonderlijk. Of mak een bijpassende kruistabel.

b

Maak afzonderlijke werkbladen per vraag en passende tabellen of diagrammen.

Opgave 5
a

Een mogelijke klassenindeling van deze continue kwantitatieve variabelen is `1,0 - le 2,0` , `2,0 - le 3,0` , `3,0 - le 4,0` , etc.

Maak afzonderlijke relatieve frequentietabellen voor de jongens en de meisjes.

b

De eerste en de laatste klasse zijn nu niet even breed als de andere klassen. Dat kun je oplossen door ze wel even breed te maken ( `0,5 - le 1,5` en `9,5 - le 10,5` ) en dan het percentage uit te smeren over een twee keer zo brede klasse. Dat percentage wordt dan half zo groot.

c

Eigen antwoord.

d

Eigen antwoord. Voordeel is in ieder geval dat je de boxplots in één figuur hebt en dus gemakkelijk kunt vergelijken.

Een nadeel is dat bij de eindcijfers ook de SE-cijfers meetellen en daarbij vaak ook andersoortige toetsen, herkansingen, e.d., een rol spelen.

Opgave 6
a

Ook voor andere exacte vakken van die histogrammen of van die boxplots maken. En dan per vak proberen conclusies te trekken

b

Histogrammen of boxplots maken van de resultaten van het SE en van het CE afzonderlijk en die vergelijken.

c

Eigen antwoord.

Opgave 7
a

Jawel, je kunt een gestapeld staafdiagram van de percentages maken voor de mannen en de vrouwen in afzonderlijke staven, je kunt twee cirkeldiagrammen naast elkaar zetten, etc.

b

Bij de vrouwen vindt `55,2` % veiligheid belangrijk. Het verschil is vrij klein.

Opgave 8
c

Zie figuur.

b

Nee, een klein verschil.

Opgave 9
a

Eigen antwoord.

b

Eigen antwoord.

verder | terug