Matrices en grafen > Het begrip matrix
123456Het begrip matrix

Testen

Opgave 9

Gegeven zijn de matrices

A = ( 5 -2 1 6 10 5 ) , B = ( 10 8 -5 12 -5 10 ) en C = ( -5 10 -12 6 15 -8 ) .

a

Welk getal is a 1 , 2 ?

b

Bereken indien mogelijk A + B , B + C , 3 A - 2 B .

Opgave 10

Autobedrijf Dankers verkoopt de Smart Fortwo zowel in filiaal Noord als in filiaal Zuidwijk. De Smart Fortwo is er in verschillende uitvoeringen: de "pure" , de "pulse" , de "passion" en de "Brabus" . De verkoopcijfers voor filiaal Noord waren in mei achtereenvolgens 4 keer de pure, 5 keer de pulse, 8 keer de passion en 2 keer de Brabus. In juni waren de verkoopcijfers in dezelfde volgorde 5, 3, 7 en 1 stuks. Voor filiaal Zuidwijk waren de verkoopcijfers in mei 8 pure, 6 pulse, 9 passion en 5 Brabus en in juni 10 pure, 5 pulse, 11 passion en 4 Brabus.

a

Geef de verkoopcijfers van filiaal Noord weer in een 2 × 4 -matrix N .

b

Geef de verkoopcijfers van filiaal Zuidwijk in eenzelfde matrix Z weer.

c

Bereken N + Z . Welke betekenis heeft deze matrix?

d

Hoe kun je de totale verkoopcijfers van beide filialen samen berekenen?

verder | terug