Kansrekenen > Kansbomen
12345Kansbomen

Voorbeeld 3

Twee basketballers hebben een verschillend schotpercentage: A heeft een schotpercentage van en B heeft er een van %. Beiden doen een doelpoging.
Hoe groot is de kans op één treffer?

> antwoord

Voor een vaasmodel van deze situatie heb je twee vazen nodig, omdat het geen herhaling is van hetzelfde experiment:

  • voor A: een vaas met balletjes, groene (treffer) en rode (misser);

  • voor B: een vaas met balletjes, groene (treffer) en rode (misser).

Verder geldt:

  • aselecte trekking van één balletje uit elke vaas;

  • je trekt maar één balletje uit elke vaas, dus terugleggen is niet aan de orde.

Daarbij hoort deze kansboom.

De routes waarbij precies één keer wordt gescoord, zijn aangegeven. Als het aantal treffers is, dan is de gevraagde kans:

Opgave 9

In het Voorbeeld 3 gaat het om kansen bij twee basketballers met een verschillend schotpercentage. Ze schieten elk één keer op de basket.

a

Hoe groot is de kans op twee treffers?

b

Hoe groot is de kans op geen enkele treffer?

c

Hoe groot is de kans op minstens één treffer?

verder | terug