Discrete dynamische modellen > Hogere orde
123456Hogere orde

Verkennen

Opgave V1

Uit "Ratten" van Maarten 't Hart:

Ook over de hoeveelheid nakomelingen van een rattenpaar in een jaar worden zeer verschillende getallen verstrekt. In het volgende hoofdstuk zal ik de schaarse gegevens van onderzoek over de vruchtbaarheid van ratten in de natuur bespreken, maar het is misschien wel aardig hier een schatting te maken van het aantal nakomelingen van `1` paar, uitgaande van de meest optimale omstandigheden. Daartoe gebruik ik de volgende gegevens.
Gemiddeld is het aantal jongen per worp te stellen op zes; van deze `6` behoren er `3` tot het vrouwelijk geslacht. Gemakshalve stel ik de periode tussen twee bevallingen op veertig dagen. Als nu een vrouwtje op 1 januari bevalt van `6` jongen, is dat vrouwtje `40` dagen later opnieuw in staat om `6` jongen ter wereld te brengen. De vrouwtjes van de eerste worp van `6` jongen zijn zelf na `120` dagen in staat nakomelingen voort te brengen, daarna steeds weer om de `40` dagen. Als ik er dan van uit ga dat er bij elke worp steeds `3` vrouwtjes zijn en als ik alle nakomelingen optel van alle vrouwtjes in `1` jaar, dan kom ik op `1808` ratten op 1 januari van het volgende jaar, het oorspronkelijke paar meegerekend.
Dit is een fictief getal: er is sterfte, moeders verwerpen soms hun jongen, vrouwtjes komen soms lange tijd niet in de oestrus.
Niettemin geeft dit getal enig idee van het leger ratten dat na een jaar ontstaan kan zijn...

Laat zien hoe 't Hart aan dat totaal van `1808` is gekomen.

verder | terug