Vectoren in 3D > Lijnen en hoeken
1234567Lijnen en hoeken

Verkennen

Opgave V1

Een foton `A` beweegt door de ruimte ten opzichte van een cartesisch `Oxyz` -assenstelsel. De positie van `A` op tijdstip `t` is gegeven door `vec(OA) = ((3t),(4t),(2t))` . De eenheid van het assenstelsel is in cm.

a

In welke punten zit `A` op `t=0` , `t=1` , `t=2` en `t=3` ?

b

Hoe komt het dat deze eindpunten allemaal op dezelfde rechte lijn liggen?

c

Waarom heeft elke vector `vec(p) = ((3t),(4t),(2t))` dezelfde richting?

d

Het licht (een foton dus) beweegt met ongeveer `3*10^8` m/s? In welke tijdseenheid is `t` dus uitgedrukt?

Een tweede foton `B` beweegt volgens de vector `vec(r) = ((3t+1),(4t),(2t+2))` .

d

Hoe ziet de baan van foton `B` er uit? Waar zit dit foton op `t=0` ?

verder | terug